Site icoon Verkeersschool Road Company

Autoweg of autosnelweg: dit is het verschil

Handen van een jonge bestuurder aan het stuur op een autoweg met blauwe borden, verschil autoweg autosnelweg

Je rijdt in de zomervakantie een onbekende weg op en ziet een blauw bord met een wit autootje. Even later staat er weer een blauw bord, maar net iets anders. Mag je hier nou 80, 100 of 130? Voor veel leerlingen is het verschil tussen een autoweg en een autosnelweg lastig, terwijl het op het theorie-examen gewoon langskomt en op vakantie ineens heel praktisch wordt.

Zo herken je de borden

Een autoweg herken je aan een blauw bord met een witte auto erop. Een autosnelweg heeft ook een blauw bord met een auto, maar dan boven een soort viaduct met twee pijlers. Dat kleine verschil in het plaatje bepaalt welke regels gelden. Zie je het bord met de brug eronder, dan zit je op de snelweg. Zie je alleen de auto, dan is het een autoweg.

Het verschil zit niet in hoe druk of hoe breed de weg is. Een autoweg kan best twee rijstroken per richting hebben en er toch geen snelweg van maken. De borden zijn dus leidend, niet je eigen inschatting.

De snelheid is anders

Op een autoweg mag je meestal 100 kilometer per uur, tenzij een bord iets anders aangeeft. Soms is dat 80. Op een autosnelweg is de maximumsnelheid officieel 130, maar tussen 06.00 en 19.00 uur geldt op verreweg de meeste snelwegen 100 kilometer per uur. Dat staat zo op de site van de Rijksoverheid. Die dagsnelheid van 100 kwam er in 2020 vanwege de stikstofuitstoot.

Sinds april 2025 mag je overdag op een paar trajecten weer 130 rijden, bijvoorbeeld op de A7 over de Afsluitdijk en op een stuk A6, meldt de Rijksoverheid. Kijk dus altijd naar de matrixborden boven de weg. Die hebben altijd voorrang op wat je denkt te weten.

Wat mag wel en niet

Op de snelweg is een minimumsnelheid van belang. Je voertuig moet minstens 60 kilometer per uur kunnen rijden om er te mogen komen, op een autoweg is dat 50. Een brommobiel of tractor hoort er daarom niet thuis. Op beide wegen mag je niet keren, achteruitrijden of stoppen op de vluchtstrook, behalve bij pech.

Op de snelweg voeg je in via een invoegstrook en pas je je snelheid aan die van het verkeer aan. Hoe je dat rustig doet, lees je in ons artikel over invoegen op de snelweg. Rijd je naar het buitenland, houd er dan rekening mee dat de regels daar anders liggen. We zetten het voor je op een rij in met de auto naar het buitenland. En voordat je op pad gaat, doe je natuurlijk even de vakantiecheck van je auto.

Twijfel je nog over dit soort verkeersborden en wil je het rustig oefenen met een instructeur naast je? Voor jongeren die net beginnen en voor ouders die willen dat hun kind veilig de weg op gaat, kun je vrijblijvend een gratis proefles aanvragen. Dan leggen we het onderweg gewoon aan je uit.

Mobiele versie afsluiten