Je hebt maandenlang goed gereden. Je stuurt netjes, je kijkt op tijd, je rijschoolinstructeur is tevreden. En dan stapt op de ochtend van het examen die onbekende examinator in, en opeens is je hoofd leeg. Herkenbaar? Voor veel jongeren zijn niet de bochten of de rotondes het probleem, maar de zenuwen. Voor precies die groep heeft het CBR het faalangstexamen.

Wat is het faalangstexamen?

Het faalangstexamen is een gewoon praktijkexamen auto, alleen met meer tijd en rust eromheen. Volgens het CBR duurt het in totaal 1 uur en 20 minuten, terwijl een regulier examen ongeveer 55 minuten kost. De examenrit zelf is even lang als normaal, namelijk 35 minuten. De extra tijd gaat naar een rustige start, uitleg en ruimte om even bij te komen. Je krijgt bovendien een examinator die speciaal getraind is om mensen met faalangst op hun gemak te stellen.

Wordt het je tijdens de rit toch te veel? Dan mag je om een time-out vragen. Je zet de auto op een veilige plek stil, haalt even adem en rijdt daarna verder. Die pauze klinkt klein, maar voor iemand die snel dichtklapt scheelt het enorm.

Voor wie is het en hoe vraag je het aan?

Het faalangstexamen is bedoeld voor leerlingen die door spanning niet kunnen laten zien wat ze echt kunnen. Je hoeft geen verklaring van een psycholoog te hebben. Je vraagt het aan via je rijschool, die het examen voor je reserveert bij het CBR. Eén voorwaarde: je theorie-examen moet al gehaald zijn. Lees je onze uitleg over de tussentijdse toets, dan weet je meteen hoe je die spanning ook vóór het echte examen alvast kunt oefenen.

Twijfel je of het bij jou past? Bespreek het gewoon met je instructeur. Wij kennen je manier van rijden en zien of je op de dag zelf blokkeert of dat er iets anders speelt. Ook bij rijles met ADHD of autisme kijken we samen naar wat je nodig hebt om rustig examen te doen.

Wat je zelf kunt doen tegen de zenuwen

Een aangepast examen helpt, maar je kunt zelf ook veel doen. Slaap de nacht ervoor op tijd, eet een normaal ontbijt en kom ruim op tijd, zodat je niet gejaagd instapt. Adem langzaam in door je neus en rustig uit door je mond als je merkt dat je hart sneller gaat. In ons artikel examenstress de baas zetten we die technieken op een rij. Reed je een tijd niet en ben je daardoor onzeker geworden, dan kan een opfriscursus je vertrouwen terugbrengen.

Even voor de ouders

Zit uw zoon of dochter dagenlang te piekeren over het examen? Dat wil niet zeggen dat het rijden niet goed genoeg is. Faalangst en rijvaardigheid zijn twee verschillende dingen. Het faalangstexamen geeft precies de ruimte die een gespannen jongere nodig heeft om te laten zien wat er al in zit. Een beetje meelevende rust thuis helpt vaak net zo goed als welke oefenrit dan ook.

Wil je weten of het faalangstexamen bij jou past, of gewoon eerst eens rustig kennismaken? Kom langs voor een gratis proefles. Dan rijden we samen een rondje en bespreken we welke aanpak voor jou het prettigst werkt.

Je hebt net je rijbewijs en de eerste zomer met de auto komt eraan. Steeds vaker staat er thuis een elektrische auto op de oprit, of leen je die van je ouders voor een ritje naar het zuiden. Rijden gaat vanzelf, maar laden onderweg is nieuw. Met een beetje planning kom je net zo relaxed aan als met een benzineauto.

Laadpalen zijn er genoeg, maar plannen blijft slim

De zorg dat je met een lege accu langs de weg staat, is een stuk kleiner geworden. Nederland telde begin 2026 ongeveer 210.000 publieke laadpunten, ruim twee keer zoveel als vijf jaar geleden, meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Langs vrijwel elke snelweg staan snelladers, vaak met een vermogen tot 350 kW. Daarmee laad je een moderne EV in zo’n 20 tot 30 minuten weer tot 80 procent.

Op vakantie ligt het net iets anders. De actieradius van de meeste elektrische auto’s zit tussen de 200 en 350 kilometer, en die haal je op een warme dag met airco en een volle kofferbak niet altijd. De ANWB adviseert daarom te rekenen met ongeveer 80 procent van het opgegeven bereik. Zo houd je altijd wat marge en hoef je niet op je zenuwen naar de volgende laadpaal te rijden.

Zo pak je een lange rit aan

Plan je laadstops vooraf, dan reis je van snellader naar snellader zonder gedoe. Een handig hulpmiddel is de ANWB Onderweg-app: die laat zien waar de laadpunten staan, wat ze kosten en of ze vrij of bezet zijn. Trek je een caravan of vouwwagen? Houd er dan rekening mee dat je bereik volgens de ANWB ongeveer halveert, dus reken op extra stops.

Een paar dingen die het makkelijker maken:

  • Laad tot ongeveer 80 procent in plaats van helemaal vol. Dat gaat sneller en is beter voor de accu.
  • Neem in het buitenland meerdere laadpassen mee. De gratis ANWB-laadpas geeft toegang tot bijna een miljoen laadpunten in Europa.
  • Gebruik in de bergen de hoogste stand van regeneratief remmen. Je spaart je remmen en wint energie terug bij het afdalen.

Zit je nog in de leerfase? In ons artikel over elektrisch rijden voor beginners leggen we uit hoe regeneratief remmen en de stille aandrijving werken. En twijfel je nog tussen brandstof en stroom, lees dan onze uitleg over automaat of schakelauto, want elke EV rijdt als een automaat.

Wennen doe je met kleine ritjes

Laden onderweg voelt in het begin onwennig, net als de eerste keer tanken. Ons advies: oefen dicht bij huis. Rij een keer naar een snellader in de buurt en probeer het hele proces uit, van pas aanhouden tot loskoppelen, voordat je aan de grote vakantierit begint. Zo weet je precies wat je doet als het straks druk is op een laadplein in Frankrijk.

Vergeet naast de accu de rest van de auto niet. Onze vakantiecheck loopt bandenspanning, vloeistoffen en papieren met je door. En omdat een elektrische rit met laadstops langer duurt, helpen de tips uit moe achter het stuur je om alert te blijven.

Wil je eerst rustig leren rijden voordat je de weg op gaat, in een schakelauto of juist in een automaat? Kom kennismaken en vraag vrijblijvend een gratis proefles aan. Ook voor ouders die willen weten hoe wij lesgeven, is dat een mooi moment om je vragen te stellen.

Zaterdag 11 juli kleurt de Route du Soleil zwart op de druktekalender van de ANWB. Duizenden gezinnen vertrekken op hetzelfde moment naar Frankrijk, Italië en Spanje. Dat betekent lange ritten, files en een auto vol koffers. Juist op zo’n dag sluipt er een gevaar naar binnen dat veel bestuurders onderschatten: je wordt moe achter het stuur, en dat merk je vaak pas als het bijna te laat is.

Waarom vermoeidheid zo gevaarlijk is

De ANWB noemt vermoeidheid levensgevaarlijk, en de cijfers geven ze gelijk. Ongeveer 1 op de 5 ernstige verkeersongelukken ontstaat doordat de bestuurder moe is. Ben je vermoeid, dan is de kans op een ongeluk vier keer zo groot, ook op korte stukken. Volgens onderzoek van kennisinstituut SWOV speelt vermoeidheid mee bij zo’n 15 procent van alle ongevallen, goed voor honderden ernstige aanrijdingen per jaar.

Het venijnige zit in de microslaap. Je dommelt een paar seconden weg zonder het door te hebben. Bij 120 km/u leg je in vier seconden meer dan honderd meter af met je ogen dicht. Dat gaat een keer goed, en dan een keer niet.

Herken de signalen op tijd

Je lichaam waarschuwt je ruim voordat je in slaap valt. Let op deze tekenen:

  • Je gaapt de ene keer na de andere.
  • Je houdt onbewust een wisselende snelheid aan.
  • Je hebt moeite om netjes binnen de belijning te blijven.
  • Je oogleden worden zwaar en je hoofd knikt weg.

Merk je dit bij jezelf, wacht dan niet tot de volgende parkeerplaats “die er zo wel aankomt”. Neem de eerste veilige afslag die je ziet.

Zo kom je uitgerust aan

Een lange rit hoeft geen uitputtingsslag te zijn. Met een beetje planning blijf je fris.

  1. Rijd maximaal twee uur achter elkaar en neem dan een kwartier rust. Dat is het vaste advies van de ANWB, en het werkt beter dan doorbijten tot je er bijna bij neervalt.
  2. Ben je echt suf? Een powernap van 20 minuten is het effectiefst. Korter dan een kwartier helpt te weinig, langer dan een half uur word je juist versuft wakker.
  3. Rijd je met z’n tweeën en heeft de ander ook een rijbewijs? Wissel dan regelmatig, zodat niemand urenlang aan de bak zit.
  4. Houd de auto koel. Warmte maakt je slaperig, dus zet de airco aan of rijd met een raampje open.
  5. Eet en drink onderweg licht. Een volle maag met patat en snacks maakt je juist moe.
  6. Vertrek uitgerust. Na een korte nacht om files voor te zijn stap je al met een achterstand in. Slim plannen scheelt: doordeweeks of heel vroeg vertrekken staat vaak een stuk rustiger.

Voor jonge bestuurders telt dit extra zwaar. Heb je je rijbewijs net op zak, dan kost elke situatie nog wat meer concentratie, en dan hakt zo’n lange rit er stevig in. Bouw je afstand daarom rustig op en laat je eerste grote reis niet meteen een marathon van tien uur zijn. In ons artikel over je eerste kilometers na het examen lees je hoe je dat aanpakt. Ga je met de auto de grens over, check dan ook onze tips voor rijden in het buitenland en de vakantiecheck van je auto. En loopt het thermometertje op? Dan komt rijden bij 30 graden goed van pas.

Twijfel je of je genoeg ervaring hebt voor die lange vakantierit, of wil je voor het vertrek nog wat zelfvertrouwen tanken? Kom eens langs. Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen, zodat je goed voorbereid en met een gerust gevoel de weg op gaat. Handig voor de jonge bestuurder, en fijn voor ouders die hun kind veilig willen zien vertrekken.

Meer dan de helft van de nieuwe auto’s in Nederland heeft geen koppelingspedaal meer. In 2018 werd nog zo’n 34 procent van de auto’s als automaat verkocht, in 2023 was dat al ongeveer 64 procent. Dat merken we ook bij de rijschool: steeds meer leerlingen twijfelen of ze nog wel in een schakelauto willen afrijden.

Waarom kiezen zoveel jongeren voor de automaat?

De opkomst van elektrische auto’s speelt hierin de grootste rol. Een elektrische auto is altijd een automaat, dus wie later elektrisch wil gaan rijden heeft aan schakelen weinig. Volgens het CBR is het aandeel automaatexamens gestegen van ongeveer 2 procent in 2015 naar 5,2 procent nu, meer dan een verdubbeling. In aantallen: waar in 2016 zo’n 2000 mensen automaatexamen deden, zijn dat er inmiddels ruim 6000. RTL Nieuws sprak rijschoolhouders die zien dat de gemiddelde leeftijd van automaatleerlingen daalt richting de 20. Vroeger was de automaat vooral iets voor oudere bestuurders, nu kiezen ook jonge leerlingen er bewust voor.

Wat betekent code 78 op je rijbewijs?

Rij je je examen in een automaat, dan komt code 78 op je rijbewijs. Die code betekent dat je alleen auto’s met een automaat mag besturen. Wil je later toch in een schakelauto rijden, dan hoef je je theorie niet opnieuw te doen. Je vraagt een Gezondheidsverklaring aan bij het CBR, neemt een paar lessen in een schakelauto en doet daarna alleen het praktijkexamen. Slaag je, dan haalt de RDW code 78 van je rijbewijs af. We legden eerder al uit hoe automaat rijden werkt en wat code 78 precies inhoudt.

Automaat is niet zomaar makkelijker

Veel leerlingen denken dat een automaat een gemakkelijke route naar het rijbewijs is. Dat valt tegen. Het slagingspercentage voor het gewone B-examen ligt rond de 53 procent, voor het automaatexamen met code 78 rond de 40 procent. Je houdt in een automaat je handen vrij van de versnellingspook, maar de examinator kijkt juist scherper naar je kijkgedrag, je snelheid en je plaats op de weg. Zonder schakelen heb je meer aandacht over, en dat verwacht de examinator ook terug te zien.

Wat past bij jou?

Wil je maximale vrijheid, bijvoorbeeld een schakelauto van je ouders lenen of goedkoop een tweedehandsje rijden, dan is een schakelrijbewijs handig. Ga je vooral in de stad rijden of denk je aan een elektrische auto, dan is een automaat een logische keus. Ouders vragen we vaak om mee te denken: welke auto rijdt je zoon of dochter straks het meest? Dat bepaalt de keuze vaak meer dan de prijs.

Twijfel je nog? Kom een keer langs voor een gratis proefles. Je zit een keer achter het stuur, we bespreken samen automaat of schakel, en daarna weet je welke route bij je past. Je hele weg naar het rijbewijs regel je bij ons, van proefles tot examen.

Je rijdt achter een auto die plots hard remt, en je schrikt: sta ik hier niet veel te dicht op? In de zomerdrukte op de snelweg gebeurt dat zo. Te weinig ruimte tussen jou en je voorganger is een van de fouten die we tijdens de rijles het vaakst zien, en ook op het examen kost het punten. Goed nieuws: met een simpele vuistregel heb je het zo onder de knie.

Waarom afstand houden zo belangrijk is

Zodra er iets gebeurt, moet je eerst reageren en pas daarna remmen. In die reactietijd rijd je gewoon door. De ANWB rekent voor dat je bij 120 km/u in één seconde al 33 meter verder bent, nog voordat je voet op de rem staat. Zit je dan te kort op je voorganger, dan is een kop-staartbotsing bijna niet te voorkomen. Bumperkleven staat daarom al jaren bovenaan in de ergernissen-top10 van automobilisten, en niet voor niets: het is gevaarlijk en het levert een boete op. Voor onvoldoende afstand houden tot 80 km/u betaal je in 2026 zo’n 380 euro, en boven die snelheid komt de zaak bij het Openbaar Ministerie terecht.

De 2-secondenregel

De makkelijkste manier om je afstand te checken komt van de ANWB: kies een vast punt langs de weg, bijvoorbeeld een lantaarnpaal of een bord. Begin te tellen zodra de auto voor je dat punt passeert. Ben je er na twee seconden zelf nog niet? Dan houd je genoeg afstand. Tel je sneller, dan zit je te dicht erop en laat je gas los tot het weer klopt.

Wil je liever in meters denken, dan werkt deze rekentruc van de ANWB net zo goed: neem de helft van je snelheid en tel daar 10 procent bij op. Bij 100 km/u houd je dus ongeveer 55 meter aan. Regent het of is het mistig? Dan maak je die afstand groter, want je remweg wordt langer.

Zo pak je het aan tijdens de rijles

Afstand houden is geen kwestie van veel afremmen, maar van op tijd gas loslaten. Kijk ver vooruit, niet naar de bumper voor je maar naar het verkeer daarachter. Zo zie je eerder aankomen dat de rij vertraagt en hoef je minder abrupt te remmen. Dat scheelt ook op je examen, want de examinator let er scherp op. Deze zelfde ver-vooruitkijken-techniek helpt trouwens bij invoegen op de snelweg en bij rustig blijven in de file.

Kortom, het is een klein ding dat een groot verschil maakt. Wil je meer van dit soort valkuilen voorkomen, lees dan ook onze tips over veelgemaakte fouten in de rijles. En heb je je rijbewijs net op zak, dan blijft afstand houden een van de belangrijkste gewoontes bij het alleen rijden.

Wil je dit rustig oefenen met een instructeur die naast je zit? Bij Road Company begin je met een gratis proefles. Handig voor de jongere die net begint, en geruststellend voor ouders die willen weten hoe hun kind ervoor staat. Plan er gerust een in.

Je rijdt in de zomervakantie een onbekende weg op en ziet een blauw bord met een wit autootje. Even later staat er weer een blauw bord, maar net iets anders. Mag je hier nou 80, 100 of 130? Voor veel leerlingen is het verschil tussen een autoweg en een autosnelweg lastig, terwijl het op het theorie-examen gewoon langskomt en op vakantie ineens heel praktisch wordt.

Zo herken je de borden

Een autoweg herken je aan een blauw bord met een witte auto erop. Een autosnelweg heeft ook een blauw bord met een auto, maar dan boven een soort viaduct met twee pijlers. Dat kleine verschil in het plaatje bepaalt welke regels gelden. Zie je het bord met de brug eronder, dan zit je op de snelweg. Zie je alleen de auto, dan is het een autoweg.

Het verschil zit niet in hoe druk of hoe breed de weg is. Een autoweg kan best twee rijstroken per richting hebben en er toch geen snelweg van maken. De borden zijn dus leidend, niet je eigen inschatting.

De snelheid is anders

Op een autoweg mag je meestal 100 kilometer per uur, tenzij een bord iets anders aangeeft. Soms is dat 80. Op een autosnelweg is de maximumsnelheid officieel 130, maar tussen 06.00 en 19.00 uur geldt op verreweg de meeste snelwegen 100 kilometer per uur. Dat staat zo op de site van de Rijksoverheid. Die dagsnelheid van 100 kwam er in 2020 vanwege de stikstofuitstoot.

Sinds april 2025 mag je overdag op een paar trajecten weer 130 rijden, bijvoorbeeld op de A7 over de Afsluitdijk en op een stuk A6, meldt de Rijksoverheid. Kijk dus altijd naar de matrixborden boven de weg. Die hebben altijd voorrang op wat je denkt te weten.

Wat mag wel en niet

Op de snelweg is een minimumsnelheid van belang. Je voertuig moet minstens 60 kilometer per uur kunnen rijden om er te mogen komen, op een autoweg is dat 50. Een brommobiel of tractor hoort er daarom niet thuis. Op beide wegen mag je niet keren, achteruitrijden of stoppen op de vluchtstrook, behalve bij pech.

Op de snelweg voeg je in via een invoegstrook en pas je je snelheid aan die van het verkeer aan. Hoe je dat rustig doet, lees je in ons artikel over invoegen op de snelweg. Rijd je naar het buitenland, houd er dan rekening mee dat de regels daar anders liggen. We zetten het voor je op een rij in met de auto naar het buitenland. En voordat je op pad gaat, doe je natuurlijk even de vakantiecheck van je auto.

Twijfel je nog over dit soort verkeersborden en wil je het rustig oefenen met een instructeur naast je? Voor jongeren die net beginnen en voor ouders die willen dat hun kind veilig de weg op gaat, kun je vrijblijvend een gratis proefles aanvragen. Dan leggen we het onderweg gewoon aan je uit.

De invoegstrook wordt korter, rechts naast je raast het verkeer voorbij en je voet twijfelt tussen gas en rem. Voor veel leerlingen is invoegen op de snelweg het spannendste moment van het hele rijexamen. En juist nu, met de zomervakantie in zicht, rijdt half Nederland richting de A2 en de A12. Het goede nieuws: invoegen is vooral techniek, en techniek kun je oefenen.

Waarom invoegen zo vaak misgaat

Het CBR ziet steeds dezelfde fout terugkomen: leerlingen rijden te langzaam de snelweg op. Wie met 70 km/u op de doorgaande rijbaan komt, dwingt het verkeer erachter om te remmen. De examinator grijpt dan in, en zo’n ingreep kost je het examen. De tweede klassieker is kijkgedrag. Te laat over je schouder, of de dode hoek helemaal vergeten. Op kijkfouten zakt een flink deel van de kandidaten. Welke missers nog meer vaak voorkomen lees je in ons artikel over veelgemaakte fouten in de rijles.

Zo voeg je vloeiend in

Invoegen lukt het beste als je het in vaste stappen aanpakt. Zo hoef je op het moment zelf niet meer na te denken.

  1. Kijk vooruit. Zie al op de toerit of het verkeer rijdt of stilstaat, en hoe druk het is. Hoe eerder je het beeld hebt, hoe rustiger je beslist.
  2. Geef op tijd richting aan. De ANWB raadt aan ruim van tevoren je knipperlicht te gebruiken, zodat anderen weten wat je gaat doen.
  3. Trek door naar snelheid. Benut de hele invoegstrook om op snelheid te komen, zegt de ANWB. Probeer het tempo van de rechterrijstrook te matchen, waar mogelijk rond de 100 km/u.
  4. Check spiegels en dode hoek. Binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, dan even links opzij over je schouder. Niet achterom kijken, want dan stuur je ongemerkt mee naar links.
  5. Ga er vloeiend in. Past het gat, dan voeg je in een rustige beweging in. Geen ruk aan het stuur en geen plotselinge rem.

Jij laat het andere verkeer voorgaan

Belangrijk om te onthouden: als invoeger heb je geen voorrang. Je verleent voorrang aan de bestuurders die al op de doorgaande rijbaan rijden. De CBR-rijprocedure noemt continue waarneming hierbij de basis. Je kijkt dus niet één keer en gaat, maar blijft het verkeer in de gaten houden terwijl je versnelt en het gat zoekt. Staat het op de snelweg vast? Dan rits je netjes mee met een zo klein mogelijk snelheidsverschil, precies zoals de ANWB adviseert.

Spanning hoort er een beetje bij, ook bij invoegen. Voel je dat het je in de weg zit, dan helpen de tips uit examenstress de baas. En wil je de snelweg eerst zonder examendruk oefenen, dan is de tussentijdse toets daar een mooi moment voor.

Voor ouders die meelezen

Merk je dat je zoon of dochter opziet tegen de snelweg? Dat is heel normaal. Invoegen voelt heftig, maar met genoeg herhaling wordt het routine. Bij ons oefen je het net zo vaak als nodig is, op rustige momenten en op drukke. Wil je zien hoe dat bij Road Company gaat, dan kun je vrijblijvend een gratis proefles aanvragen. Tijdens die intakeles kijken we samen waar je staat en wat je nog wilt oefenen, of je nu net begint of bijna examen doet.

Je lessen lopen lekker, je instructeur is tevreden, maar in je hoofd blijft die ene vraag hangen: ben ik echt klaar voor het examen? Een gewone rijles geeft daar nooit helemaal antwoord op, want je instructeur zit naast je en jij weet dat. De tussentijdse toets van het CBR pakt precies dat onzekere gevoel aan. Het is een soort generale repetitie, met een echte examinator.

Wat is de tussentijdse toets?

De tussentijdse toets, vaak afgekort als TTT, is een proefexamen halverwege je rijopleiding. Volgens het CBR duurt de toets net zo lang als een echt praktijkexamen en doe je dezelfde dingen: zelfstandig rijden, een navigatieopdracht, bijzondere verrichtingen. Het verschil zit in de uitkomst. Je kunt er niet voor zakken. Na afloop bespreekt de examinator met je en je instructeur hoe het ging en waar je nog aan moet werken.

Om mee te mogen doen gelden dezelfde basisvoorwaarden als voor het examen: je bent minimaal 16,5 jaar en je theorie-examen is gehaald. Heb je je theorie nog niet binnen, dan kan de toets dus nog niet.

Het grote voordeel: vrijstelling

De tussentijdse toets levert meer op dan alleen een goed gevoel. Doe je de bijzondere verrichtingen goed, dan krijg je daar vrijstelling voor, schrijft het CBR. Dat betekent dat de examinator je bij je eerstvolgende praktijkexamen niet meer toetst op onderdelen zoals fileparkeren en de hellingproef. Die heb je dan al laten zien. Op je examendag heb je daardoor minder om over na te denken, en kun je je richten op het rijden zelf.

Daarnaast weet je na een TTT veel beter waar je staat. Een examinator kijkt anders dan je vaste instructeur en pikt soms gewoontes op die in de les zijn ondergesneeuwd. Veel van de fouten die leerlingen op het examen maken, zoals net te laat kijken bij een kruising, komen tijdens zo’n toets aan het licht terwijl je nog tijd hebt om ze af te leren.

Wat kost het en wanneer is het slim?

Een tussentijdse toets auto kost in 2026 hetzelfde als een praktijkexamen: 143,50 euro. Het CBR verhoogde dit tarief op 1 januari, van 138,50 euro. Daar komen bij de meeste rijscholen nog kosten bij voor de lesauto en de tijd van de instructeur, dus reken op een bedrag in die orde extra. Het is een investering, maar voor wie zenuwachtig is voor het echte moment kan die generale repetitie net het verschil maken.

Vooral als spanning een rol speelt, is een TTT het overwegen waard. Eén keer de echte examensituatie meemaken haalt voor veel leerlingen de scherpste randjes eraf. Worstel je met faalangst of rijangst, bespreek dan met je instructeur of een tussentijdse toets je kan helpen. Twijfel je juist of je er al aan toe bent? Dan is wachten tot je lessen verder zijn vaak verstandiger dan de toets te vroeg inplannen.

Voor ouders

Voor ouders is de tussentijdse toets een nuttig ijkpunt. Je krijgt via je zoon of dochter een eerlijk beeld van een CBR-examinator over hoe het rijden ervoor staat, niet alleen het oordeel van de eigen rijschool. Dat maakt de planning richting het examen een stuk concreter, en je weet beter waar het lesgeld naartoe gaat. Hoe een complete opleiding eruitziet, van eerste les tot examen, leggen we uit in ons artikel over het traject van proefles tot rijbewijs.

Wil je weten of een tussentijdse toets in jouw geval handig is, of waar je nu ongeveer staat? Kom langs voor een gratis proefles. Tijdens die intakeles kijken we samen waar je staat en plannen we de stappen naar je examen realistisch in, mét of zonder tussentijdse toets.

Het kwik kruipt deze week richting de 35 graden. Het KNMI gaf code geel af en het Nationaal Hitteplan is van kracht, met een hittegolf die volgens de weerdienst tot dinsdag 23 juni aanhoudt. Bij zulke temperaturen verandert je auto binnen een kwartier in een oven en vraagt rijden net even meer van je dan op een gewone dag. Vijf dingen waar je op let als je toch de weg op moet.

1. Zet de airco verstandig aan

De verleiding is groot om de airco op de koudste stand te knallen, maar dat is geen goed idee. De ANWB raadt aan de airco niet kouder te zetten dan 6 graden onder de buitentemperatuur. Stap je uit een ijskoude auto de hitte in, dan kun je last krijgen van hoofdpijn, keelpijn of droge ogen. Houd je ramen dicht zodat de koeling zijn werk doet. Wel goed om te weten: airco kost brandstof, dus rij je rustig en kijk je ver vooruit, dan hou je het verbruik in toom. Hoe dat zit lees je in onze tips over rustig en vooruitziend rijden.

2. Controleer je bandenspanning

Warmte en banden zijn geen fijne combinatie. Een te zachte band wordt op een gloeiend wegdek extra heet, en dat vergroot de kans op een klapband. Meet je bandenspanning daarom als de banden nog koud zijn, bijvoorbeeld ’s ochtends voordat je wegrijdt, want na een paar kilometer geeft de meter een vertekend beeld. De juiste waarde staat op een sticker in het portier of bij de tankklep. Twijfel je over de staat van je banden? Lees dan waarom doorrijden met versleten banden juist in de zomer zo riskant is.

3. Onderschat de hitte-moeheid niet

Warmte maakt suf. Je concentratie zakt sneller weg en je reageert trager, precies wat je niet wilt in druk vakantieverkeer. Volgens kennisinstituut SWOV speelt vermoeidheid bij 15 tot 20 procent van alle ongevallen een rol, en het risico op een ongeluk is dan vier keer zo groot. De ANWB houdt een simpele vuistregel aan: rijd je een langere afstand, neem dan elke twee uur minstens een kwartier pauze. Ga je met de auto op pad voor een van deze roadtrips door Europa, plan die stops dan gewoon vooraf in.

4. Drink genoeg water

Het klinkt logisch, maar het wordt zo vergeten. De ANWB adviseert om voor iedereen in de auto een flesje water mee te nemen. Uitdroging gaat sneller dan je denkt, zeker bij kinderen, en het zorgt voor diezelfde sufheid en hoofdpijn die je achter het stuur kunt missen. Een paar slokken op tijd houdt je scherp.

5. Laat nooit iemand achter in de auto

Dit is de belangrijkste. In een auto in de zon loopt de temperatuur razendsnel op: zo’n 10 graden in tien minuten. Is het buiten 25 graden, dan zit je binnen al snel tegen de 35, en na een half uur boven de 40. Voor een kind of een hond is dat levensgevaarlijk. De Dierenbescherming waarschuwt al jaren dat een hond binnen een kwartier kan overlijden in een warme auto. Laat dus nooit een kind, een huisdier of een ander volwassene even in de auto wachten, ook niet met een raampje op een kier.

Voor ouders is dat laatste het bericht om mee te geven aan een zoon of dochter die net zelf rijdt. Wij oefenen tijdens de rijlessen ook hoe je omgaat met drukte, lange ritten en lastige omstandigheden, zodat je voorbereid de weg op gaat. Wil je kennismaken of je kind een goede start geven? Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen en het zelf ervaren.

Vrijdagmiddag voor een lang weekend, en de remlichten op de snelweg kleuren kilometers van tevoren rood. Rond vrije dagen, festivals en de aanloop naar de zomervakantie sta je vaker stil dan je wil. Juist op die dagen bepaalt je geduld of een rit een saaie vertraging wordt of eindigt met een deuk.

Waarom drukke dagen om extra alertheid vragen

Op een drukke dag zit de weg vol met mensen die de route niet kennen, met volgepakte auto’s en kinderen achterin. Er wordt vaker abrupt geremd, laat ingevoegd en op het laatste moment van rijstrook gewisseld. Rijkswaterstaat en de ANWB zetten voor zulke dagen een verkeersverwachting online met de drukste momenten per snelweg. Bekijk die voordat je wegrijdt en vertrek desnoods een paar uur eerder of later. Tijdens de rit zie je met de gratis Onderweg-app van Rijkswaterstaat waar de files staan, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

Ga je naar een groot evenement, dan loopt het rond het terrein meestal het hardst vast. In ons artikel over met de auto naar een festival lees je hoe je het laatste stuk en het parkeren rustig aanpakt.

Houd afstand, ook als het stilstaat

De meeste schade op drukke dagen ontstaat achterin de file: een kop-staartbotsing omdat iemand te kort op zijn voorganger zat. Veilig Verkeer Nederland en de ANWB adviseren de tweesecondenregel. Je telt vanaf het moment dat de auto voor je een vast punt passeert, bijvoorbeeld een lantaarnpaal of een hectometerbordje, en je komt daar pas twee seconden later langs. Bij 100 km/u is dat ongeveer 50 meter. Ook in de file blijft die ruimte nuttig: je verslapt sneller in je aandacht als het kruipt, en met wat rolruimte hoef je minder hard te remmen. Dat houdt de file beter doorstromen en scheelt brandstof.

Vijf dingen die je rustiger door de drukte loodsen

  • Check vooraf de drukte. Kijk naar de verkeersverwachting en kies een vertrektijd buiten de spits.
  • Sluit netjes achteraan aan. Rij niet langs de file om er verderop tussen te wringen.
  • Rits zoals het hoort. Op een verdwijnende rijstrook blijf je rijden tot vlak voor de versmalling en voeg je dan in; rijd je door, laat dan om en om iemand voor.
  • Las een pauze in. Bij een lange rit ben je na anderhalf uur minder scherp. Stap even uit en loop een rondje.
  • Laat je niet opjagen. Bumperkleven of toeteren achter je is vervelend, maar het is jouw stuur en jouw tempo.

Voor wie net het rijbewijs heeft, voelt zo’n volle snelweg flink intens. Dat is normaal, en het went met de kilometers. In net geslaagd? zo rijd je je eerste kilometers veilig staan tips voor die eerste ritten alleen. Reis je in de zomer met een volle auto, lees dan ook onze tips voor rijden bij 30 graden.

Geduldig en alert rijden in drukte is iets wat je leert door het te doen. Tijdens de rijles oefenen we invoegen, afstand houden en omgaan met druk verkeer, zodat je straks ontspannen blijft als de weg vol staat. Wil je weten waar je staat, of zoeken jullie als ouder en kind een goede start? Vraag dan vrijblijvend een gratis proefles aan bij Road Company en rij een keer met een van onze instructeurs mee.