Site icoon Verkeersschool Road Company

Automaat rijden: zo gebruik je P, R, N en D

Jonge bestuurder zet de automaat in de juiste stand tijdens het automaat rijden

Je eerste les in een automaat. Je zoekt met je linkervoet naar een koppeling die er niet is, en naast je zit een pookje met vier letters: P, R, N en D. Simpel, zolang je weet wat elke stand doet. En dat is handig om te weten: volgens cijfers van BOVAG en RAI Vereniging, waar De Telegraaf vorig jaar over schreef, kiest zo’n 75 procent van de kopers van een nieuwe auto voor een automaat.

Wat betekenen P, R, N en D?

P staat voor parkeren. De versnellingsbak zit dan op slot en de auto kan niet wegrollen. Je zet hem pas in P als je echt stilstaat, en daarna trek je de handrem aan.

R is de achteruit. N is neutraal: de motor draait, maar er gaat geen kracht naar de wielen. D is drive, de stand waarin je vooruit rijdt en de auto zelf schakelt. Veel auto’s hebben ook nog een B- of L-stand voor extra afremmen op de motor, bijvoorbeeld bergaf. In een elektrische auto werkt B vaak als sterkere regeneratieve rem. Daar lees je meer over in ons stuk over elektrisch rijden voor beginners.

Wisselen van stand doe je met je voet op de rem. De meeste auto’s laten je anders niet eens uit P schakelen.

Vier dingen die je in de eerste lessen leert

1. Je linkervoet doet niets

Gas en rem bedien je allebei met je rechtervoet. Je linkervoet zet je plat op de vloer of op de voetsteun. Wie met links remt, trapt bij schrik al snel vol op de rem, alsof het een koppeling is.

2. De auto kruipt vanzelf

Staat de auto in D en haal je je voet van de rem, dan rolt hij langzaam naar voren, zonder gas. Dat heet kruipen. Bij inparkeren en in de file is dat handig: je doseert je snelheid alleen met de rem. Het betekent ook dat je bij een stoplicht je voet op de rem moet houden. Hoe je dat rustig doet, lees je in ons artikel over soepel remmen.

3. Bij het stoplicht blijf je in D

De ANWB adviseert om bij een korte stop, zoals voor een verkeerslicht, gewoon in D te blijven staan met je voet op de rem. Bij een langere stop, bijvoorbeeld voor een open brug of een spoorwegovergang, kun je N of P kiezen. Steeds heen en weer schakelen bij elk rood licht heeft geen zin.

4. Eerst stilstaan, dan pas wisselen

Van D naar R, of andersom, schakel je alleen als de auto helemaal stilstaat. Ook P zet je pas in als de wielen niet meer bewegen. Dat spaart de versnellingsbak en voorkomt een flinke schok.

Rijden in een automaat en je rijbewijs

Doe je je examen in een automaat, dan krijg je code 78 op je rijbewijs en mag je alleen automaat rijden. Het CBR legt uit dat je die code later kunt laten vervallen met een praktijkexamen in een schakelauto, zonder nieuw theorie-examen. Wat code 78 verder inhoudt, staat in ons stuk over automaat rijden en code 78. Twijfel je nog over de keuze zelf, dan helpt ons artikel automaat of schakelauto.

Voor ouders goed om te weten: wie in een automaat leert, heeft meer aandacht over voor het verkeer zelf. De examinator kijkt dan ook gewoon naar kijkgedrag, snelheid en plaats op de weg. Het examen wordt er niet makkelijker van, de bediening wel.

Wil je zelf voelen hoe het is om in een automaat te rijden? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. Na afloop weten jij en je ouders precies waar je staat en hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Mobiele versie afsluiten