Berichten

Je rijdt achter een auto die plots hard remt, en je schrikt: sta ik hier niet veel te dicht op? In de zomerdrukte op de snelweg gebeurt dat zo. Te weinig ruimte tussen jou en je voorganger is een van de fouten die we tijdens de rijles het vaakst zien, en ook op het examen kost het punten. Goed nieuws: met een simpele vuistregel heb je het zo onder de knie.

Waarom afstand houden zo belangrijk is

Zodra er iets gebeurt, moet je eerst reageren en pas daarna remmen. In die reactietijd rijd je gewoon door. De ANWB rekent voor dat je bij 120 km/u in één seconde al 33 meter verder bent, nog voordat je voet op de rem staat. Zit je dan te kort op je voorganger, dan is een kop-staartbotsing bijna niet te voorkomen. Bumperkleven staat daarom al jaren bovenaan in de ergernissen-top10 van automobilisten, en niet voor niets: het is gevaarlijk en het levert een boete op. Voor onvoldoende afstand houden tot 80 km/u betaal je in 2026 zo’n 380 euro, en boven die snelheid komt de zaak bij het Openbaar Ministerie terecht.

De 2-secondenregel

De makkelijkste manier om je afstand te checken komt van de ANWB: kies een vast punt langs de weg, bijvoorbeeld een lantaarnpaal of een bord. Begin te tellen zodra de auto voor je dat punt passeert. Ben je er na twee seconden zelf nog niet? Dan houd je genoeg afstand. Tel je sneller, dan zit je te dicht erop en laat je gas los tot het weer klopt.

Wil je liever in meters denken, dan werkt deze rekentruc van de ANWB net zo goed: neem de helft van je snelheid en tel daar 10 procent bij op. Bij 100 km/u houd je dus ongeveer 55 meter aan. Regent het of is het mistig? Dan maak je die afstand groter, want je remweg wordt langer.

Zo pak je het aan tijdens de rijles

Afstand houden is geen kwestie van veel afremmen, maar van op tijd gas loslaten. Kijk ver vooruit, niet naar de bumper voor je maar naar het verkeer daarachter. Zo zie je eerder aankomen dat de rij vertraagt en hoef je minder abrupt te remmen. Dat scheelt ook op je examen, want de examinator let er scherp op. Deze zelfde ver-vooruitkijken-techniek helpt trouwens bij invoegen op de snelweg en bij rustig blijven in de file.

Kortom, het is een klein ding dat een groot verschil maakt. Wil je meer van dit soort valkuilen voorkomen, lees dan ook onze tips over veelgemaakte fouten in de rijles. En heb je je rijbewijs net op zak, dan blijft afstand houden een van de belangrijkste gewoontes bij het alleen rijden.

Wil je dit rustig oefenen met een instructeur die naast je zit? Bij Road Company begin je met een gratis proefles. Handig voor de jongere die net begint, en geruststellend voor ouders die willen weten hoe hun kind ervoor staat. Plan er gerust een in.

Je rijdt richting een rotonde, het verkeer komt van links, en in een paar seconden moet je beslissen welke rijbaan je kiest, of je richting aangeeft en wie er nu eigenlijk voorrang heeft. Veel leerlingen verstijven precies op dat moment. Zonde, want een rotonde volgt vaste regels. Ken je die, dan rijd je er soepel overheen, ook met de examinator naast je.

Kies je rijbaan voordat je de rotonde op rijdt

De belangrijkste keuze maak je al ruim voor de rotonde. Op een rotonde met één rijbaan blijf je gewoon op die ene baan zitten tot je afslag eraan komt. Bij een rotonde met twee rijstroken, of een turborotonde, bepaalt je bestemming je baan. Ga je de eerste of tweede afslag nemen, dan rijd je rechts op. Voor de afslagen verderop, waar je bijna helemaal rond gaat, kies je de linkerbaan. De ANWB legt uit dat je die rijbaan al kiest tijdens het naderen, niet pas op de rotonde zelf.

Kijk daarom op tijd naar de borden en de pijlen op het wegdek. Ga je nog twijfelen op de rotonde, dan ga je vaak te laat sturen of net iemand snijden. Rustig op snelheid minderen en vooruitkijken scheelt enorm.

Richting aangeven: rechts bij het verlaten

Hier gaat het op het examen het vaakst mis. Bij het verlaten van de rotonde geef je altijd richting aan naar rechts, welke afslag je ook neemt. Dat is verplicht, schrijft Veilig Verkeer Nederland. Knipper pas als je de afslag vóór jouw afslag voorbij bent, anders denkt ander verkeer dat je er eerder af gaat.

Bij het oprijden ligt het anders. Richting aangeven bij het naderen is niet wettelijk verplicht, maar ook niet verboden, aldus Veilig Verkeer Nederland. Ga je meteen rechtsaf, dan helpt rechts knipperen het verkeer achter je. Wil je bijna rond, dan kun je links aangeven. Doe het netjes en consequent, dan oogt je rijgedrag rustig en duidelijk.

Voorrang: wie op de rotonde rijdt, gaat voor

Op vrijwel elke Nederlandse rotonde staan haaientanden bij de toeritten. Dat betekent dat jij voorrang verleent aan het verkeer dat al op de rotonde rijdt voordat je zelf de rotonde op gaat. Twijfel je hoe haaientanden en voorrangsborden werken, lees dan ons stuk over voorrang verlenen nog eens rustig door.

Let ook op fietsers en brommers. Binnen de bebouwde kom hebben fietsers op een rotonde vaak voorrang, dus kijk goed naar de aparte fietsstroken en de markeringen. En vergeet bij het verlaten je blinde hoek niet: een fietser die rechtdoor wil kan precies naast je zitten.

Even oefenen voor je examen

Een rotonde gaat vanzelf als je hem vaak genoeg hebt gereden. Zenuwen op het examen maken het lastiger om helder te beslissen. In ons artikel over examenstress de baas blijven staan tips die ook bij rotondes helpen. Wil je weten hoe snel je aan de beurt kunt, kijk dan bij de actuele CBR-wachttijden.

Wil je rotondes onder begeleiding oefenen, voor jezelf of voor je zoon of dochter die net begint? Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen. Dan rijden we samen een paar rotondes in de buurt en merk je snel dat het minder spannend is dan het lijkt.