Site icoon Verkeersschool Road Company

Laagstaande zon: zo houd je zicht op de weg

Jonge bestuurder met handen aan het stuur rijdt tegen laagstaande zon in tijdens de ochtendspits

Laagstaande zon in de spits: minder contrast en later zicht op remlichten.

Je rijdt rond acht uur naar school of naar je werk, draait een hoek om en dan staat de zon pal voor je. Een paar seconden zie je vrijwel niets: geen fietser, geen remlicht, geen verkeerslicht. Vanaf september begint dat weer, want de zon komt steeds later op. Eind deze maand is dat pas rond half acht, precies wanneer jij in de ochtendspits zit.

Twintig procent meer ongelukken

Veilig Verkeer Nederland becijferde dat er bij laagstaande zon tot 20 procent meer ongelukken gebeuren dan normaal, goed voor zo’n 500 extra aanrijdingen. Dat zit hem in twee dingen. Je ziet gewoon minder, omdat fel tegenlicht het contrast wegneemt en je daardoor de remlichten van je voorganger later herkent. En je ogen en hersenen werken harder om er iets van te maken. Die extra inspanning maakt je moe, en moe betekent trager reageren.

Vervelend detail: de tegenligger heeft er net zo veel last van. Als jij op een kruispunt linksaf wilt, kan het goed zijn dat hij jou pas op het laatste moment ziet. Fietsende scholieren op een donkere jas vallen in dat licht bijna weg. Wij zien op de rijles dat leerlingen daar in het najaar echt aan moeten wennen, ook als ze in de zomer prima reden.

Regel dit voordat je wegrijdt

Een vieze voorruit merk je pas als de zon erop schijnt. Vuil en oude wisserstrepen verstrooien het licht en dan kijk je door een grijze waas. Poets de ruit dus ook aan de binnenkant, want daar zit een dun laagje aanslag van het interieur. De ANWB adviseert daarnaast om standaard een zonnebril in de auto te leggen, het liefst met gepolariseerde glazen. Die halen reflecties van nat wegdek weg. Bruinoranje glazen geven meer contrast, waardoor je randen en verkeersborden beter uit elkaar houdt.

Check meteen even je ruitenwissers en je sproeiervloeistof. Versleten rubbers trekken strepen die je bij zonlicht vol in beeld hebt. Dat hoort sowieso bij het rondje dat je ook voor een lange rit doet, zoals we in onze vakantiecheck voor de auto beschreven.

Onderweg: vier dingen die helpen

  1. Zet je dimlicht aan. Niet om zelf beter te zien, maar zodat anderen jou eerder opmerken tegen dat felle licht in.
  2. Vergroot je volgafstand. Je ziet remlichten later, dus je hebt meer ruimte nodig. Hoe je die afstand inschat, lees je in ons artikel over te dicht op je voorganger rijden.
  3. Klap de zonneklep naar beneden, maar zo dat je nog ver vooruit kunt kijken. Wie alleen de motorkap ziet, mist het kruispunt erachter.
  4. Ga langzamer rijden bij kruispunten en oversteekplaatsen. Beweeg je hoofd iets, dan verplaatst de verblinding en zie je vaak net genoeg.

Voor ouders die met hun kind meerijden of begeleiden: plan de eerste najaarsritten niet meteen op het drukste moment. Een rondje om kwart over negen, als de zon iets hoger staat en de scholen binnen zijn, geeft veel meer rust. In de schoolstraten is het dan ook een stuk overzichtelijker.

Merk je dat je in het najaar onzeker wordt van dit soort omstandigheden, of wil je juist nu beginnen met lessen? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We rijden dan gewoon een route waar je in het echt tegen die lage zon aan rijdt, zodat je weet wat je ermee doet.

Mobiele versie afsluiten