Berichten

Zaterdagmiddag, zon, en de Lekdijk staat vol. Een groep wielrenners voor je, een bestelbus die aan komt rijden, en een weg die eigenlijk te smal is voor jullie alle drie. Voor veel leerlingen is dat het moment waarop het zweet uitbreekt. Toch horen dijkwegen bij onze regio: van Culemborg naar Beusichem, langs de Linge richting Geldermalsen, over de dijk naar Tiel. Je komt er vroeg of laat langs.

Waarom een dijkweg anders rijdt

Op een dijk zit je hoog, de weg is smal en er is vaak geen apart fietspad. In juni 2024 vroegen de ANWB, de Fietsersbond, Veilig Verkeer Nederland en VeiligheidNL ruim 2.700 fietsers naar hun ervaringen op dijkwegen. Driekwart komt er onveilige situaties tegen. Bovenaan de lijst staat te hard rijdend gemotoriseerd verkeer (69 procent), gevolgd door drukte op mooie dagen en auto’s die te weinig ruimte laten bij het passeren. Ruim zes op de tien fietsers noemen de weg simpelweg te smal.

Die cijfers zeggen iets over hoe jij daar als bestuurder rijdt. Een dijkweg is meestal een 60 km/u-weg, en volgens de SWOV valt ongeveer tien procent van alle ernstig verkeersgewonden op zulke wegen buiten de bebouwde kom. Dat is na de wegen in de stad de grootste groep.

Vijf dingen die op de dijk het verschil maken

  1. Neem gas terug vóórdat je bij de fietser bent. Remmen op het moment dat je er al naast rijdt, brengt je juist dichterbij.
  2. Houd ongeveer anderhalve meter zijruimte. Past dat niet omdat er een tegenligger aankomt? Dan wacht je gewoon even achter de fietser. Dat kost je tien seconden.
  3. Blijf van de berm af. Op veel dijken ligt het asfalt hoger dan de grond ernaast. Zak je met je rechterwiel de berm in, dan trekt de auto je die kant op en gaat het snel mis.
  4. Rijd bochten en dijktoppen behoedzaam op. Je ziet vaak pas op het laatste moment wat erachter zit, dus houd je snelheid laag genoeg om te kunnen stoppen op het stuk weg dat je overziet.
  5. Reken in augustus en september op landbouwverkeer. Oogsttijd betekent trekkers met brede machines. Een tractor haal je niet even in op een dijk.

Het principe achter die tips is hetzelfde als bij genoeg afstand houden van je voorganger: ruimte geeft je tijd om te reageren.

Komt dit ook op je examen terug?

Waarschijnlijk wel, in een of andere vorm. Het CBR werkt niet met vaste examenroutes maar bouwt de rit op uit zogeheten coördinatiepunten, plaatselijke verkeerssituaties die de examinator wil zien. In een rivierengebied horen smalle wegen met fietsers en tegenliggers daar gewoon bij. Ook rijd je tijdens het praktijkexamen 10 tot 15 minuten zelfstandig, zonder aanwijzingen. Dan bepaal jij dus zelf hoeveel gas je terugneemt.

Bij Road Company rijden we deze wegen bewust in de les, net als de bekende rotondes en kruispunten in de regio en de drukke schoolstraten in september. Voor ouders is dat vaak de geruststelling: je kind staat er niet voor het eerst op examendag.

Wil je weten hoe dat rijdt? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We nemen dan meteen een stuk dijk mee, zodat je zelf voelt hoeveel ruimte je hebt.

Maandag 31 augustus zit de zomervakantie er voor de scholen in het midden van het land weer op. Om kwart voor acht staan de straten rond de scholen dan opeens vol: brugklassers die hun nieuwe fietsroute nog niet kennen, groepjes die naast elkaar rijden en ouders die hun kind nog even snel voor de deur afzetten. Rijd je daar zelf doorheen, in de lesauto of met je verse rijbewijs, dan zijn dat de lastigste tien minuten van je dag.

De schoolstraat: een straat waar je niet in mag

Veilig Verkeer Nederland begon op 17 augustus met de campagne “Onze scholen zijn weer begonnen”, die per vakantieregio drie weken loopt: in het midden van het land van 24 augustus tot en met 13 september. Dit jaar vraagt VVN extra aandacht voor de schoolstraat. Dat is een straat die aan het begin en aan het eind van de schooldag dicht gaat voor gemotoriseerd verkeer, zodat kinderen er lopend en fietsend langs kunnen zonder dat er auto’s tussendoor manoeuvreren. Minister Karremans trapte de campagne af op de Mgr. Huibersschool in Haarlem.

Kom je zo’n afzetting tegen, dan geldt die ook voor jou, ook als je alleen “even” iemand wilt afzetten. Rijd om, of parkeer een paar straten verderop en loop het laatste stuk. Volgens VVN noemen veel ouders de schoolomgeving vol en soms onveilig, en is juist het haal- en brengverkeer daar een belangrijke oorzaak van.

Waarom september een oplet-maand is

De cijfers van SWOV laten zien waarom dit geen loze campagne is. Fietsers van 12 tot en met 19 jaar zijn bijna twee keer zo kwetsbaar in het verkeer als fietsers van 24 tot en met 64 jaar. In de periode 2005-2014 vielen er meer slachtoffers onder twaalfjarige fietsers zodra de scholen weer begonnen, waarschijnlijk doordat ze dan voor het eerst naar de middelbare school fietsen: een langere route, vaak buiten de bebouwde kom, en nog onbekend. Eerder schreven we al over fietsende kinderen in de spits.

Vier dingen die je nu anders doet

  1. Rem eerder af. Ga bij een school van 50 naar 30 voordat je de zone in rijdt, niet pas als je de eerste fietser ziet. Bij 30 km/u sta je vele meters eerder stil dan bij 50.
  2. Kijk twee keer voor je rechtsaf slaat. Een fietser haalt je rechts in en verdwijnt in je dode hoek. Spiegel, schouderblik, dan pas sturen.
  3. Houd meer afstand. Voor je voorganger remt er iemand voor een overstekend kind. Onze tips over volgafstand houden gelden in de spits dubbel.
  4. Telefoon in de houder of in je tas. Twee seconden op je scherm is bij 30 km/u zestien meter blind rijden.

Voor ouders: de eerste week telt

Fiets of loop de nieuwe schoolroute in de laatste vakantieweek een keer samen, bij voorkeur op het tijdstip waarop je kind straks vertrekt. Dan zie je welk kruispunt lastig is en waar het druk wordt. Rijd je je kind toch weg, zet het dan een straat verderop af in plaats van voor het hek. Rijdt je zoon of dochter zelf al mee onder begeleiding via 2toDrive, oefen dan juist in deze weken een keer bewust in de ochtendspits. Dat is precies het verkeer waar je later ook je examen in rijdt, zoals ook blijkt uit onze route door lastige kruispunten in de regio.

Wil je na de vakantie beginnen met rijles, of eerst rustig kijken of het klikt met een instructeur? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We rijden dan een stuk door echt verkeer en bespreken daarna met jou, en als je wilt met je ouders erbij, hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Het kwik kruipt deze week richting de 35 graden. Het KNMI gaf code geel af en het Nationaal Hitteplan is van kracht, met een hittegolf die volgens de weerdienst tot dinsdag 23 juni aanhoudt. Bij zulke temperaturen verandert je auto binnen een kwartier in een oven en vraagt rijden net even meer van je dan op een gewone dag. Vijf dingen waar je op let als je toch de weg op moet.

1. Zet de airco verstandig aan

De verleiding is groot om de airco op de koudste stand te knallen, maar dat is geen goed idee. De ANWB raadt aan de airco niet kouder te zetten dan 6 graden onder de buitentemperatuur. Stap je uit een ijskoude auto de hitte in, dan kun je last krijgen van hoofdpijn, keelpijn of droge ogen. Houd je ramen dicht zodat de koeling zijn werk doet. Wel goed om te weten: airco kost brandstof, dus rij je rustig en kijk je ver vooruit, dan hou je het verbruik in toom. Hoe dat zit lees je in onze tips over rustig en vooruitziend rijden.

2. Controleer je bandenspanning

Warmte en banden zijn geen fijne combinatie. Een te zachte band wordt op een gloeiend wegdek extra heet, en dat vergroot de kans op een klapband. Meet je bandenspanning daarom als de banden nog koud zijn, bijvoorbeeld ’s ochtends voordat je wegrijdt, want na een paar kilometer geeft de meter een vertekend beeld. De juiste waarde staat op een sticker in het portier of bij de tankklep. Twijfel je over de staat van je banden? Lees dan waarom doorrijden met versleten banden juist in de zomer zo riskant is.

3. Onderschat de hitte-moeheid niet

Warmte maakt suf. Je concentratie zakt sneller weg en je reageert trager, precies wat je niet wilt in druk vakantieverkeer. Volgens kennisinstituut SWOV speelt vermoeidheid bij 15 tot 20 procent van alle ongevallen een rol, en het risico op een ongeluk is dan vier keer zo groot. De ANWB houdt een simpele vuistregel aan: rijd je een langere afstand, neem dan elke twee uur minstens een kwartier pauze. Ga je met de auto op pad voor een van deze roadtrips door Europa, plan die stops dan gewoon vooraf in.

4. Drink genoeg water

Het klinkt logisch, maar het wordt zo vergeten. De ANWB adviseert om voor iedereen in de auto een flesje water mee te nemen. Uitdroging gaat sneller dan je denkt, zeker bij kinderen, en het zorgt voor diezelfde sufheid en hoofdpijn die je achter het stuur kunt missen. Een paar slokken op tijd houdt je scherp.

5. Laat nooit iemand achter in de auto

Dit is de belangrijkste. In een auto in de zon loopt de temperatuur razendsnel op: zo’n 10 graden in tien minuten. Is het buiten 25 graden, dan zit je binnen al snel tegen de 35, en na een half uur boven de 40. Voor een kind of een hond is dat levensgevaarlijk. De Dierenbescherming waarschuwt al jaren dat een hond binnen een kwartier kan overlijden in een warme auto. Laat dus nooit een kind, een huisdier of een ander volwassene even in de auto wachten, ook niet met een raampje op een kier.

Voor ouders is dat laatste het bericht om mee te geven aan een zoon of dochter die net zelf rijdt. Wij oefenen tijdens de rijlessen ook hoe je omgaat met drukte, lange ritten en lastige omstandigheden, zodat je voorbereid de weg op gaat. Wil je kennismaken of je kind een goede start geven? Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen en het zelf ervaren.

Kwart over acht, een smalle straat naast de basisschool. Van links komt een kind aanfietsen met de stuurtas half los, rechts stapt er net eentje af bij het hek, en voor je uit zwenkt een groepje brugklassers zonder om te kijken de weg op. Voor wie net zijn rijbewijs heeft, is de ochtendspits rond een school een van de drukste momenten van de dag.

Waarom de schoolspits zo onvoorspelbaar is

Kinderen op de fiets doen lang niet altijd wat je verwacht. Ze remmen laat, zwabberen, kijken naar elkaar in plaats van naar het verkeer en steken soms zomaar over. Veilig Verkeer Nederland wijst er daarom op dat voetgangers en fietsers in een schoolomgeving voorrang krijgen en dat gemotoriseerd verkeer er zo veel mogelijk van wordt gescheiden. Jij bent als bestuurder degene die moet meedenken voor de ander.

De cijfers laten zien waarom dat telt. Volgens VeiligheidNL belandden in 2024 ongeveer 74.300 fietsers op de spoedeisende hulp na een ongeval, bijna twee derde van alle verkeersgewonden die daar binnenkwamen. Een flink deel daarvan zijn jonge fietsers. Hoe goed je naar fietsers en overstekers kijkt, oefen je in elke rijles; we schreven eerder over de fouten die je tijdens de rijles wilt voorkomen, en te laat kijken staat daar bovenaan.

Een schoolzone betekent 30, en vaak minder

Bij een school stelt de gemeente meestal een schoolzone in. Daar geldt maximaal 30 km/u of lager, en je herkent het aan borden, gekleurde wegmarkering en drempels die je snelheid eruit halen. Neem die snelheid serieus. Bij 30 km/u sta je veel sneller stil dan bij 50, en dat scheelt precies de meters die je nodig hebt als een kind plots oversteekt. Wie weleens twijfelt wie er nu voorgaat, leest onze uitleg over voorrang verlenen nog eens rustig door.

Zo rijd je rustig door de drukte

  • Haal de snelheid er ruim op tijd uit. Begin met afremmen voordat je de schoolzone in rijdt, niet pas als je er middenin zit.
  • Reken op het onverwachte. Een bal op de weg betekent vaak een kind er vlak achteraan. Houd je voet boven de rem.
  • Let op je dode hoek. Fietsers verdwijnen makkelijk net naast en achter je auto. Kijk bij wegrijden en afslaan altijd extra over je schouder. De campagne Blijf uit de Dode Hoek van VVN leert kinderen hetzelfde van de andere kant.
  • Geef ruim baan. Liever even wachten en een fietser laten gaan dan er krap langs schuiven.
  • Telefoon weg. Eén appje gemist is niets, één kind gemist is alles.

Drukke kruispunten met fietsers vragen extra oefening. Bij Road Company rijden we die lastige punten bewust met je, net als de tricky kruispunten en rotondes in de regio.

Samen oefenen loont

Voor ouders is dit ook een mooie reden om mee te rijden. Wie via 2toDrive begeleid leert rijden, oefent juist dit soort situaties veel vaker dan iemand die pas na het examen voor het eerst de schoolspits in rijdt. Wil je rustig kennismaken en kijken hoe wij dit aanpakken? Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen, samen met je ouders als je dat fijn vindt.