Berichten

Het is half zes. Je rijdt naar huis na je bijbaan, het regent zacht en de weg onder de bomen ligt vol bladeren. Uit het schemerdonker verschijnt een fietser zonder licht. Wie net rijles heeft of pas geslaagd is, merkt in oktober dat autorijden ineens anders voelt. Dat is geen inbeelding: volgens de ANWB worden in oktober, november en december 30 procent meer kettingbotsingen gemeld dan in de andere maanden.

Natte bladeren zijn gladder dan ze lijken

Een laag natte bladeren op het asfalt kan net zo glad zijn als ijs, waarschuwt de ANWB. Het venijnige is dat je het niet ziet aankomen. Een bocht in een laan ziet er gewoon nat uit, tot je remt en de auto een stukje doorschuift.

Rem daarom op tijd, vóór de bocht, en zo veel mogelijk met rechte wielen. Stuur rustig en zonder rukken. Onder een rij bomen is 50 km/u vaak te hard, ook al mag het volgens het bord. Houd ook meer afstand dan normaal. De vuistregel van twee seconden is bedoeld voor een droge weg; bij regen heb je duidelijk meer nodig. In ons artikel over genoeg afstand houden lees je hoe je die seconden telt.

Check je banden en ruitenwissers

Grip op een nat wegdek begint bij je banden. Wettelijk moet er minimaal 1,6 millimeter profiel op zitten, voor zomer- en winterbanden. Heb je geen profieldieptemeter? De ANWB geeft een simpele test: zet een munt van 1 euro in de groef van een zomerband, of een munt van 2 euro bij een winterband. Steekt de rand van de munt erboven uit, dan is het tijd voor nieuwe banden. Waarom dat zo veel uitmaakt, lees je in de gevaren van doorrijden met versleten banden.

Laten je ruitenwissers strepen achter? Vervang ze dan nu, voor de eerste echte herfststorm. Vul ook je ruitensproeier bij. De zon staat in deze maanden laag, en dan wordt elk vegje vuil op je voorruit een waas. Meer daarover in rijden met laagstaande zon.

Vanaf 25 oktober is het eerder donker

In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat de klok een uur terug. Rijkswaterstaat vergeleek de weken voor en na de klokwissel in 2023 en zag dat de avondspits daarna drukker verliep. Het Verbond van Verzekeraars zette de ongevallencijfers per maand op een rij: november, de eerste volle maand met wintertijd, telde gemiddeld 324 ongevallen per dag, tegen 301 in oktober.

Vooral fietsers vallen in het donker minder op. Veilig Verkeer Nederland rekende uit dat maar 10 procent van alle fietskilometers in het donker wordt gereden, terwijl 20 procent van de fietsongevallen dan gebeurt. Scholieren die na school naar huis fietsen, zitten straks precies in dat schemeruur. Zet bij regen en schemer je dimlicht aan, ook overdag. Dan zien anderen jou ook beter. Wordt het mistig, kijk dan even naar onze tips voor rijden in dikke mist.

Voor ouders: het najaar is een goede leertijd

Veel ouders zien hun kind liever in de zomer leren rijden. Toch heeft rijles in de herfst een groot voordeel. Je kind oefent in regen en schemer, terwijl er een instructeur naast zit die kan ingrijpen. Wie in april examen doet, heeft dan al een winter aan ervaring.

Wil je zien hoe het gaat voordat de donkere maanden echt beginnen? Je kunt bij Road Company een gratis proefles aanvragen. Na die eerste les weet je hoeveel lessen ongeveer nodig zijn, en ouders mogen daar gerust bij meedenken.

Je staat voor rood, je telefoon trilt in de bekerhouder en je hand gaat er bijna vanzelf naartoe. Herkenbaar. Sinds maandag 31 augustus loopt de landelijke campagne MONO weer, die automobilisten en fietsers oproept om onderweg met één ding bezig te zijn: het verkeer.

Waarom dat ene appje zo zwaar telt

De ANWB rekent voor dat het lezen en typen van berichtjes achter het stuur je kans op een ongeval ruim verdubbelt, en dat afleiding in Nederland jaarlijks ruim honderd mensen het leven kost. Wat veel mensen niet weten: ook een bericht dat je níét openmaakt werkt door. Je hoofd blijft er minutenlang mee bezig terwijl je denkt dat je gewoon oplet.

Als je pas rijdt, heb je die ruimte in je hoofd nog niet. Kijken, schakelen, voorrang inschatten: dat vraagt in het begin je volledige aandacht. Een scherm erbij is er dan één te veel. Volgens Veilig Verkeer Nederland vindt 70 procent van de Nederlanders het gebruik van een smartphone in het verkeer onacceptabel, maar in de auto ligt dat ding vaak alsnog binnen handbereik. Dezelfde spanning tussen weten en doen zie je bij alcohol achter het stuur.

Wat mag wel, en wat kost 440 euro

Vasthouden mag niet zolang je rijdt, ook niet stapvoets in de file. Bedienen met de knoppen op je stuur of met je stem mag wel, net als navigatie in een houder die je vóór vertrek instelt. De boete voor een telefoon in je hand staat in 2026 op 440 euro, met de administratiekosten van het CJIB erbij 449 euro. Daarmee is het de hoogste standaard verkeersboete van Nederland.

En de kans dat je gepakt wordt groeit. Sinds 25 februari staat langs de N305 bij Dronten een focusflitser, een flitspaal die vastlegt of je je telefoon vasthoudt, meldt het Openbaar Ministerie. Zo’n paal blijft ongeveer twee maanden op één plek en verhuist daarna naar een andere weg. De politie schreef in maart in Noord-Holland in twee dagen 295 boetes uit voor een telefoon in de hand.

Vijf dingen die echt helpen

  1. Zet je telefoon op ‘niet storen’ voordat je wegrijdt, adviseert Veilig Verkeer Nederland.
  2. Leg hem uit het zicht, bijvoorbeeld in je tas op de achterbank. Wat je niet ziet oplichten, hoef je ook niet te negeren.
  3. Zet je route klaar voordat je start, zodat je onderweg niets meer hoeft aan te tikken.
  4. Spreek thuis en met vrienden af dat ze je alleen bellen als er echt iets aan de hand is.
  5. Rijdt er iemand met je mee? Laat die de telefoon doen.

Voor ouders en begeleiders

Jongeren kopiëren wat ze op de bijrijdersstoel zien gebeuren. Wie tijdens een 2toDrive-rit als begeleider zelf even scrolt, kan een halfuur later moeilijk uitleggen waarom het voor de bestuurder wel uitmaakt. Maak er daarom een vaste gewoonte van in de auto, ook op korte ritjes naar de sportclub. In de rijles oefenen we het net zo: eerst rust in je hoofd, dan pas de rest. Precies dat komt ook terug in de eerste weken dat je alleen rijdt, want dan valt de stem naast je weg en moet je het zelf regelen.

Wil je die rust van begin af aan goed opbouwen? Kom een keer langs voor een gratis proefles. Je merkt in dat uur al hoe veel prettiger sturen gaat als je telefoon gewoon in je tas ligt, en ouders horen meteen hoe wij de lessen aanpakken.

Je rijdt rond acht uur naar school of naar je werk, draait een hoek om en dan staat de zon pal voor je. Een paar seconden zie je vrijwel niets: geen fietser, geen remlicht, geen verkeerslicht. Vanaf september begint dat weer, want de zon komt steeds later op. Eind deze maand is dat pas rond half acht, precies wanneer jij in de ochtendspits zit.

Twintig procent meer ongelukken

Veilig Verkeer Nederland becijferde dat er bij laagstaande zon tot 20 procent meer ongelukken gebeuren dan normaal, goed voor zo’n 500 extra aanrijdingen. Dat zit hem in twee dingen. Je ziet gewoon minder, omdat fel tegenlicht het contrast wegneemt en je daardoor de remlichten van je voorganger later herkent. En je ogen en hersenen werken harder om er iets van te maken. Die extra inspanning maakt je moe, en moe betekent trager reageren.

Vervelend detail: de tegenligger heeft er net zo veel last van. Als jij op een kruispunt linksaf wilt, kan het goed zijn dat hij jou pas op het laatste moment ziet. Fietsende scholieren op een donkere jas vallen in dat licht bijna weg. Wij zien op de rijles dat leerlingen daar in het najaar echt aan moeten wennen, ook als ze in de zomer prima reden.

Regel dit voordat je wegrijdt

Een vieze voorruit merk je pas als de zon erop schijnt. Vuil en oude wisserstrepen verstrooien het licht en dan kijk je door een grijze waas. Poets de ruit dus ook aan de binnenkant, want daar zit een dun laagje aanslag van het interieur. De ANWB adviseert daarnaast om standaard een zonnebril in de auto te leggen, het liefst met gepolariseerde glazen. Die halen reflecties van nat wegdek weg. Bruinoranje glazen geven meer contrast, waardoor je randen en verkeersborden beter uit elkaar houdt.

Check meteen even je ruitenwissers en je sproeiervloeistof. Versleten rubbers trekken strepen die je bij zonlicht vol in beeld hebt. Dat hoort sowieso bij het rondje dat je ook voor een lange rit doet, zoals we in onze vakantiecheck voor de auto beschreven.

Onderweg: vier dingen die helpen

  1. Zet je dimlicht aan. Niet om zelf beter te zien, maar zodat anderen jou eerder opmerken tegen dat felle licht in.
  2. Vergroot je volgafstand. Je ziet remlichten later, dus je hebt meer ruimte nodig. Hoe je die afstand inschat, lees je in ons artikel over te dicht op je voorganger rijden.
  3. Klap de zonneklep naar beneden, maar zo dat je nog ver vooruit kunt kijken. Wie alleen de motorkap ziet, mist het kruispunt erachter.
  4. Ga langzamer rijden bij kruispunten en oversteekplaatsen. Beweeg je hoofd iets, dan verplaatst de verblinding en zie je vaak net genoeg.

Voor ouders die met hun kind meerijden of begeleiden: plan de eerste najaarsritten niet meteen op het drukste moment. Een rondje om kwart over negen, als de zon iets hoger staat en de scholen binnen zijn, geeft veel meer rust. In de schoolstraten is het dan ook een stuk overzichtelijker.

Merk je dat je in het najaar onzeker wordt van dit soort omstandigheden, of wil je juist nu beginnen met lessen? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We rijden dan gewoon een route waar je in het echt tegen die lage zon aan rijdt, zodat je weet wat je ermee doet.

Zaterdagmiddag, zon, en de Lekdijk staat vol. Een groep wielrenners voor je, een bestelbus die aan komt rijden, en een weg die eigenlijk te smal is voor jullie alle drie. Voor veel leerlingen is dat het moment waarop het zweet uitbreekt. Toch horen dijkwegen bij onze regio: van Culemborg naar Beusichem, langs de Linge richting Geldermalsen, over de dijk naar Tiel. Je komt er vroeg of laat langs.

Waarom een dijkweg anders rijdt

Op een dijk zit je hoog, de weg is smal en er is vaak geen apart fietspad. In juni 2024 vroegen de ANWB, de Fietsersbond, Veilig Verkeer Nederland en VeiligheidNL ruim 2.700 fietsers naar hun ervaringen op dijkwegen. Driekwart komt er onveilige situaties tegen. Bovenaan de lijst staat te hard rijdend gemotoriseerd verkeer (69 procent), gevolgd door drukte op mooie dagen en auto’s die te weinig ruimte laten bij het passeren. Ruim zes op de tien fietsers noemen de weg simpelweg te smal.

Die cijfers zeggen iets over hoe jij daar als bestuurder rijdt. Een dijkweg is meestal een 60 km/u-weg, en volgens de SWOV valt ongeveer tien procent van alle ernstig verkeersgewonden op zulke wegen buiten de bebouwde kom. Dat is na de wegen in de stad de grootste groep.

Vijf dingen die op de dijk het verschil maken

  1. Neem gas terug vóórdat je bij de fietser bent. Remmen op het moment dat je er al naast rijdt, brengt je juist dichterbij.
  2. Houd ongeveer anderhalve meter zijruimte. Past dat niet omdat er een tegenligger aankomt? Dan wacht je gewoon even achter de fietser. Dat kost je tien seconden.
  3. Blijf van de berm af. Op veel dijken ligt het asfalt hoger dan de grond ernaast. Zak je met je rechterwiel de berm in, dan trekt de auto je die kant op en gaat het snel mis.
  4. Rijd bochten en dijktoppen behoedzaam op. Je ziet vaak pas op het laatste moment wat erachter zit, dus houd je snelheid laag genoeg om te kunnen stoppen op het stuk weg dat je overziet.
  5. Reken in augustus en september op landbouwverkeer. Oogsttijd betekent trekkers met brede machines. Een tractor haal je niet even in op een dijk.

Het principe achter die tips is hetzelfde als bij genoeg afstand houden van je voorganger: ruimte geeft je tijd om te reageren.

Komt dit ook op je examen terug?

Waarschijnlijk wel, in een of andere vorm. Het CBR werkt niet met vaste examenroutes maar bouwt de rit op uit zogeheten coördinatiepunten, plaatselijke verkeerssituaties die de examinator wil zien. In een rivierengebied horen smalle wegen met fietsers en tegenliggers daar gewoon bij. Ook rijd je tijdens het praktijkexamen 10 tot 15 minuten zelfstandig, zonder aanwijzingen. Dan bepaal jij dus zelf hoeveel gas je terugneemt.

Bij Road Company rijden we deze wegen bewust in de les, net als de bekende rotondes en kruispunten in de regio en de drukke schoolstraten in september. Voor ouders is dat vaak de geruststelling: je kind staat er niet voor het eerst op examendag.

Wil je weten hoe dat rijdt? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We nemen dan meteen een stuk dijk mee, zodat je zelf voelt hoeveel ruimte je hebt.

Maandag 31 augustus zit de zomervakantie er voor de scholen in het midden van het land weer op. Om kwart voor acht staan de straten rond de scholen dan opeens vol: brugklassers die hun nieuwe fietsroute nog niet kennen, groepjes die naast elkaar rijden en ouders die hun kind nog even snel voor de deur afzetten. Rijd je daar zelf doorheen, in de lesauto of met je verse rijbewijs, dan zijn dat de lastigste tien minuten van je dag.

De schoolstraat: een straat waar je niet in mag

Veilig Verkeer Nederland begon op 17 augustus met de campagne “Onze scholen zijn weer begonnen”, die per vakantieregio drie weken loopt: in het midden van het land van 24 augustus tot en met 13 september. Dit jaar vraagt VVN extra aandacht voor de schoolstraat. Dat is een straat die aan het begin en aan het eind van de schooldag dicht gaat voor gemotoriseerd verkeer, zodat kinderen er lopend en fietsend langs kunnen zonder dat er auto’s tussendoor manoeuvreren. Minister Karremans trapte de campagne af op de Mgr. Huibersschool in Haarlem.

Kom je zo’n afzetting tegen, dan geldt die ook voor jou, ook als je alleen “even” iemand wilt afzetten. Rijd om, of parkeer een paar straten verderop en loop het laatste stuk. Volgens VVN noemen veel ouders de schoolomgeving vol en soms onveilig, en is juist het haal- en brengverkeer daar een belangrijke oorzaak van.

Waarom september een oplet-maand is

De cijfers van SWOV laten zien waarom dit geen loze campagne is. Fietsers van 12 tot en met 19 jaar zijn bijna twee keer zo kwetsbaar in het verkeer als fietsers van 24 tot en met 64 jaar. In de periode 2005-2014 vielen er meer slachtoffers onder twaalfjarige fietsers zodra de scholen weer begonnen, waarschijnlijk doordat ze dan voor het eerst naar de middelbare school fietsen: een langere route, vaak buiten de bebouwde kom, en nog onbekend. Eerder schreven we al over fietsende kinderen in de spits.

Vier dingen die je nu anders doet

  1. Rem eerder af. Ga bij een school van 50 naar 30 voordat je de zone in rijdt, niet pas als je de eerste fietser ziet. Bij 30 km/u sta je vele meters eerder stil dan bij 50.
  2. Kijk twee keer voor je rechtsaf slaat. Een fietser haalt je rechts in en verdwijnt in je dode hoek. Spiegel, schouderblik, dan pas sturen.
  3. Houd meer afstand. Voor je voorganger remt er iemand voor een overstekend kind. Onze tips over volgafstand houden gelden in de spits dubbel.
  4. Telefoon in de houder of in je tas. Twee seconden op je scherm is bij 30 km/u zestien meter blind rijden.

Voor ouders: de eerste week telt

Fiets of loop de nieuwe schoolroute in de laatste vakantieweek een keer samen, bij voorkeur op het tijdstip waarop je kind straks vertrekt. Dan zie je welk kruispunt lastig is en waar het druk wordt. Rijd je je kind toch weg, zet het dan een straat verderop af in plaats van voor het hek. Rijdt je zoon of dochter zelf al mee onder begeleiding via 2toDrive, oefen dan juist in deze weken een keer bewust in de ochtendspits. Dat is precies het verkeer waar je later ook je examen in rijdt, zoals ook blijkt uit onze route door lastige kruispunten in de regio.

Wil je na de vakantie beginnen met rijles, of eerst rustig kijken of het klikt met een instructeur? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We rijden dan een stuk door echt verkeer en bespreken daarna met jou, en als je wilt met je ouders erbij, hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Het kwik kruipt deze week richting de 35 graden. Het KNMI gaf code geel af en het Nationaal Hitteplan is van kracht, met een hittegolf die volgens de weerdienst tot dinsdag 23 juni aanhoudt. Bij zulke temperaturen verandert je auto binnen een kwartier in een oven en vraagt rijden net even meer van je dan op een gewone dag. Vijf dingen waar je op let als je toch de weg op moet.

1. Zet de airco verstandig aan

De verleiding is groot om de airco op de koudste stand te knallen, maar dat is geen goed idee. De ANWB raadt aan de airco niet kouder te zetten dan 6 graden onder de buitentemperatuur. Stap je uit een ijskoude auto de hitte in, dan kun je last krijgen van hoofdpijn, keelpijn of droge ogen. Houd je ramen dicht zodat de koeling zijn werk doet. Wel goed om te weten: airco kost brandstof, dus rij je rustig en kijk je ver vooruit, dan hou je het verbruik in toom. Hoe dat zit lees je in onze tips over rustig en vooruitziend rijden.

2. Controleer je bandenspanning

Warmte en banden zijn geen fijne combinatie. Een te zachte band wordt op een gloeiend wegdek extra heet, en dat vergroot de kans op een klapband. Meet je bandenspanning daarom als de banden nog koud zijn, bijvoorbeeld ’s ochtends voordat je wegrijdt, want na een paar kilometer geeft de meter een vertekend beeld. De juiste waarde staat op een sticker in het portier of bij de tankklep. Twijfel je over de staat van je banden? Lees dan waarom doorrijden met versleten banden juist in de zomer zo riskant is.

3. Onderschat de hitte-moeheid niet

Warmte maakt suf. Je concentratie zakt sneller weg en je reageert trager, precies wat je niet wilt in druk vakantieverkeer. Volgens kennisinstituut SWOV speelt vermoeidheid bij 15 tot 20 procent van alle ongevallen een rol, en het risico op een ongeluk is dan vier keer zo groot. De ANWB houdt een simpele vuistregel aan: rijd je een langere afstand, neem dan elke twee uur minstens een kwartier pauze. Ga je met de auto op pad voor een van deze roadtrips door Europa, plan die stops dan gewoon vooraf in.

4. Drink genoeg water

Het klinkt logisch, maar het wordt zo vergeten. De ANWB adviseert om voor iedereen in de auto een flesje water mee te nemen. Uitdroging gaat sneller dan je denkt, zeker bij kinderen, en het zorgt voor diezelfde sufheid en hoofdpijn die je achter het stuur kunt missen. Een paar slokken op tijd houdt je scherp.

5. Laat nooit iemand achter in de auto

Dit is de belangrijkste. In een auto in de zon loopt de temperatuur razendsnel op: zo’n 10 graden in tien minuten. Is het buiten 25 graden, dan zit je binnen al snel tegen de 35, en na een half uur boven de 40. Voor een kind of een hond is dat levensgevaarlijk. De Dierenbescherming waarschuwt al jaren dat een hond binnen een kwartier kan overlijden in een warme auto. Laat dus nooit een kind, een huisdier of een ander volwassene even in de auto wachten, ook niet met een raampje op een kier.

Voor ouders is dat laatste het bericht om mee te geven aan een zoon of dochter die net zelf rijdt. Wij oefenen tijdens de rijlessen ook hoe je omgaat met drukte, lange ritten en lastige omstandigheden, zodat je voorbereid de weg op gaat. Wil je kennismaken of je kind een goede start geven? Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen en het zelf ervaren.

Kwart over acht, een smalle straat naast de basisschool. Van links komt een kind aanfietsen met de stuurtas half los, rechts stapt er net eentje af bij het hek, en voor je uit zwenkt een groepje brugklassers zonder om te kijken de weg op. Voor wie net zijn rijbewijs heeft, is de ochtendspits rond een school een van de drukste momenten van de dag.

Waarom de schoolspits zo onvoorspelbaar is

Kinderen op de fiets doen lang niet altijd wat je verwacht. Ze remmen laat, zwabberen, kijken naar elkaar in plaats van naar het verkeer en steken soms zomaar over. Veilig Verkeer Nederland wijst er daarom op dat voetgangers en fietsers in een schoolomgeving voorrang krijgen en dat gemotoriseerd verkeer er zo veel mogelijk van wordt gescheiden. Jij bent als bestuurder degene die moet meedenken voor de ander.

De cijfers laten zien waarom dat telt. Volgens VeiligheidNL belandden in 2024 ongeveer 74.300 fietsers op de spoedeisende hulp na een ongeval, bijna twee derde van alle verkeersgewonden die daar binnenkwamen. Een flink deel daarvan zijn jonge fietsers. Hoe goed je naar fietsers en overstekers kijkt, oefen je in elke rijles; we schreven eerder over de fouten die je tijdens de rijles wilt voorkomen, en te laat kijken staat daar bovenaan.

Een schoolzone betekent 30, en vaak minder

Bij een school stelt de gemeente meestal een schoolzone in. Daar geldt maximaal 30 km/u of lager, en je herkent het aan borden, gekleurde wegmarkering en drempels die je snelheid eruit halen. Neem die snelheid serieus. Bij 30 km/u sta je veel sneller stil dan bij 50, en dat scheelt precies de meters die je nodig hebt als een kind plots oversteekt. Wie weleens twijfelt wie er nu voorgaat, leest onze uitleg over voorrang verlenen nog eens rustig door.

Zo rijd je rustig door de drukte

  • Haal de snelheid er ruim op tijd uit. Begin met afremmen voordat je de schoolzone in rijdt, niet pas als je er middenin zit.
  • Reken op het onverwachte. Een bal op de weg betekent vaak een kind er vlak achteraan. Houd je voet boven de rem.
  • Let op je dode hoek. Fietsers verdwijnen makkelijk net naast en achter je auto. Kijk bij wegrijden en afslaan altijd extra over je schouder. De campagne Blijf uit de Dode Hoek van VVN leert kinderen hetzelfde van de andere kant.
  • Geef ruim baan. Liever even wachten en een fietser laten gaan dan er krap langs schuiven.
  • Telefoon weg. Eén appje gemist is niets, één kind gemist is alles.

Drukke kruispunten met fietsers vragen extra oefening. Bij Road Company rijden we die lastige punten bewust met je, net als de tricky kruispunten en rotondes in de regio.

Samen oefenen loont

Voor ouders is dit ook een mooie reden om mee te rijden. Wie via 2toDrive begeleid leert rijden, oefent juist dit soort situaties veel vaker dan iemand die pas na het examen voor het eerst de schoolspits in rijdt. Wil je rustig kennismaken en kijken hoe wij dit aanpakken? Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen, samen met je ouders als je dat fijn vindt.