Berichten

“Parkeer maar even achter die blauwe auto.” Er zit een gat van anderhalve autolengte tussen twee geparkeerde auto’s, er komt net een fietser aan en je examinator kijkt rustig voor zich uit. Fileparkeren is voor veel leerlingen het onderdeel waar de zenuwen het hardst gaan gieren, terwijl het eigenlijk het meest voorspelbare stuk van je examen is.

Wat de examinator echt beoordeelt

Het praktijkexamen duurt volgens het CBR 55 minuten, waarvan de examenrit zelf ongeveer 35 minuten in beslag neemt. In die rit kijkt de examinator naar zeven onderdelen, van wegrijden en kruispunten tot invoegen en de bijzondere verrichtingen. Fileparkeren is één van de zeven verrichtingen die je kunt krijgen, samen met onder meer achteruit een bocht in rijden, parkeren in een vak, de hellingproef en omkeren door te steken.

Hier gaat het vaak mis in het hoofd van leerlingen: ze denken dat de auto perfect strak tussen de lijnen moet staan. Dat is niet waar de examinator het meest op let. Je kijkgedrag weegt zwaarder. Wie tien keer bijstuurt maar ondertussen blijft rondkijken en op tijd stopt voor een fietser, komt er beter uit dan wie in één vloeiende beweging inparkeert met de ogen strak op de spiegel.

Vier dingen die het verschil maken

  1. Kies je plek hardop. Rijd langs het gat, schat of er ongeveer anderhalve autolengte ruimte is en zeg gerust dat je een stuk verderop een ruimer plekje ziet. Een gat dat te klein is, mag je afwijzen.
  2. Geef richting aan en stop op de juiste hoogte. Stop ongeveer een halve meter naast de auto waar je achter gaat staan, met je spiegels op gelijke hoogte. Je richtingaanwijzer blijft aan tot je stilstaat op je plek.
  3. Rijd langzaam, stuur snel. Laat de auto stapvoets rollen en draai het stuur stevig door. Ga je te hard achteruit, dan heb je geen tijd meer om te kijken en te corrigeren.
  4. Blijf rondkijken. Over je rechterschouder door de achterruit, in je buitenspiegels en regelmatig naar voren. Je voorkant zwaait namelijk de weg op.

Twijfel je halverwege? Stop, kijk rond en rijd een stukje terug om het opnieuw te proberen. Corrigeren mag. Doorrijden tegen de stoeprand of tegen een andere auto mag niet.

Je kunt vrijstelling krijgen

Heb je een tussentijdse toets gedaan en ging de bijzondere verrichting daar goed, dan geeft het CBR je vrijstelling voor dat onderdeel. De examinator toetst het op je praktijkexamen dan niet meer, en dat scheelt een flinke hap spanning op de dag zelf. Datzelfde geldt voor leerlingen die met faalangst kampen: daarvoor bestaat een aangepast rijexamen met meer tijd en uitleg.

Voor ouders die meelezen

Oefenen in een stille straat op zondagochtend helpt, maar alleen als je zoon of dochter het manoeuvre in de rijles al onder de knie heeft. Anders worden er thuis fouten ingeslepen die de instructeur er later weer uit moet halen. En schade bij het parkeren is zelden leuk om af te wikkelen: de ANWB wijst erop dat je bij zo’n aanrijding moet kunnen aantonen dat de ander een fout maakte, anders betaalt iedereen zijn eigen schade.

Wil je dit rustig oefenen met iemand naast je die weet waar de examinator op let? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. In dat uur kijken we meteen waar je staat, ook als je alleen nog maar invoegen op de snelweg spannend vindt. Ouders mogen gerust meekomen voor het gesprek erna.