Je haalde je rijbewijs in het voorjaar, reed daarna een keer of twee naar het sportveld en sindsdien staat de auto vooral stil voor de deur. In september begint je stage in een andere plaats en opeens moet je elke ochtend de provinciale weg op. De handelingen ken je nog wel. Dat vanzelfsprekende gevoel van vlak na je examen is alleen verdwenen.
Waarom de routine zo snel wegzakt
Sturen en schakelen verleer je niet in een paar maanden. Wat wegzakt, is het inschatten. Hoe hard rijdt die auto die van rechts komt? Wanneer geef je gas als je invoegt? Volgens SWOV is het ongevalsrisico van jonge automobilisten het hoogst vlak na het behalen van het rijbewijs en daalt het pas als er kilometers bij komen. Zelfoverschatting en het onderschatten van risico’s zijn daarbij volgens SWOV de belangrijkste oorzaken. Sta je een half jaar stil, dan komen die kilometers er dus niet bij. Ook iets simpels als genoeg afstand houden gaat dan minder automatisch dan tijdens je eerste ritten alleen.
De beginnersperiode tikt gewoon door
Iets wat veel ouders over het hoofd zien: de klok van de beginnersregeling loopt door terwijl de auto stilstaat. De ANWB legt uit dat die periode vijf jaar duurt als je je rijbewijs vanaf je achttiende haalt, en zeven jaar als je op je zestiende of zeventiende via 2toDrive bent begonnen. In die jaren geldt voor jou een alcoholgrens van 0,2 promille in plaats van 0,5. Bij twee strafpunten voor zware overtredingen moet je je rijbewijs inleveren en volgt een rijvaardigheidsonderzoek bij het CBR. Haal je dat onderzoek niet, dan wordt je rijbewijs ongeldig en moet je opnieuw examen doen. Je zit dus nog volop in die periode op het moment dat je weer moet gaan rijden.
Wat je in een paar lessen weer oppakt
Een opfrisles ziet er anders uit dan gewone rijles. De instructeur kijkt eerst waar het schuurt en pakt daarna gericht de situaties aan die je bent gaan vermijden. Vier dingen komen bij ons het vaakst terug:
- De snelweg op en af. Invoegen vraagt snelheid en durf, en dat is precies wat je kwijtraakt als je alleen binnen de bebouwde kom hebt gereden.
- Parkeren in een krappe straat, met fietsers die langs je heen schieten terwijl je achteruit steekt.
- Rijden in het donker en in de regen. Nu valt dat mee, vanaf oktober rijd je een flink deel van je ritten in het donker.
- Wennen aan een andere auto dan de lesauto. Het rempunt ligt anders en je moet je spiegels opnieuw afstellen.
Voor ouders: wat het kost en wat je zelf kunt doen
Meestal zijn twee tot vier lessen genoeg om het vertrouwen terug te krijgen, zeker als er verder niets aan de hand is. Voelt je zoon of dochter vooral spanning en niet zozeer onwennigheid, dan werkt een langere opfriscursus beter; wat wij daarin doen staat op onze pagina over de opfriscursus. Zelf meerijden helpt ook, mits je het rustig houdt: een vaste route op zondagochtend levert meer op dan de spits op vrijdag. Voor jezelf is de opfriscursus van Veilig Verkeer Nederland de moeite waard, twee dagdelen van twee uur over de verkeersregels en je eigen rijgedrag, in veel gemeenten gratis of tegen een kleine bijdrage dankzij subsidie.
Wil je eerst weten hoe het rijden na een tijd stilstaan echt gaat? Vraag dan een gratis proefles aan. Tijdens die rit hoor je wat er nog goed gaat en hoeveel lessen realistisch zijn. Ouders die willen meedenken over de planning schuiven gerust aan.
