Berichten

De ski’s op het dak, de koffers in de achterbak en dan een uur of tien richting de Alpen. Voor veel gezinnen begint de wintersport gewoon op de oprit voor de deur. Heb je je rijbewijs net op zak, dan merk je onderweg al snel dat een besneeuwde bergweg iets heel anders vraagt dan de snelweg naar Utrecht. Met een beetje voorbereiding kom je veilig boven.

Winterbanden: in veel landen verplicht

In Nederland mag je het hele jaar op zomerbanden rijden, maar over de grens gelden andere regels. In Oostenrijk geldt van 1 november tot en met 15 april een winterbandenplicht zodra de weg winters is, dus bij sneeuw, ijzel of een gladde ondergrond. De banden moeten daar minstens 4 millimeter profiel hebben. In Duitsland kijkt men niet naar de kalender maar naar het weer: ligt er sneeuw of ijs, dan moet je op winterbanden rijden. Sinds oktober 2024 telt volgens de ANWB alleen nog het alpine-symbool, het bergje met de sneeuwvlok, en is het oude M+S-logo op zichzelf niet meer genoeg.

Frankrijk heeft de Loi Montagne. Van 1 november tot en met 31 maart moet je in aangewezen berggemeenten in onder andere de Alpen, de Pyreneeën en de Vogezen winterbanden hebben of sneeuwkettingen meenemen. Je herkent zo’n zone aan de blauwe borden B58 en B59. Twijfel je of jouw banden nog goed genoeg zijn, lees dan wanneer je het beste wisselt naar winterbanden. Versleten rubber is in de bergen extra link, want de gevaren van versleten banden nemen op sneeuw flink toe.

Sneeuwkettingen: alleen als het bord het zegt

Sneeuwkettingen hoef je niet de hele rit om te leggen. Je gebruikt ze als een rond blauw bord met een witte band en ketting dat aangeeft, en de weg bedekt is met sneeuw of ijs. In de Franse bergzones mag je kettingen ook meenemen als alternatief voor winterbanden. Belangrijk: oefen het monteren één keer thuis op een droge oprit, niet voor het eerst in de kou langs een bergpas met je handen vol sneeuw. Welke kettingen passen en wat de eisen precies zijn, lees je in ons stuk over sneeuwkettingen en de regels.

Rijden op de berg: rustig en met afstand

De weg omhoog en weer naar beneden is voor een beginner het spannendste deel. Een paar dingen helpen:

  • Houd ruim afstand. Op sneeuw is je remweg een stuk langer, dus laat extra ruimte tot de auto voor je.
  • Rem op de motor. Schakel bij de afdaling terug naar een lage versnelling, zo hoef je minder hard op de rem te staan en blijft de auto stabiel.
  • Stuur en rem gelijkmatig. Plotselinge bewegingen laten de wielen sneller doorslippen.
  • Pas op voor laagstaande zon en plekken in de schaduw, waar het wegdek glad blijft terwijl de rest droog is.

Veel van deze principes gelden ook gewoon dichter bij huis. In onze tips over veilig rijden bij gladheid en sneeuw lees je hoe je dat aanpakt op de Nederlandse weg.

Voor ouders is dit precies het moment waarop begeleiding loont: een eerste keer sneeuw of een gladde bocht oefen je liever onder rust met een instructeur dan zelf op een drukke bergpas. Wil je je zoon of dochter goed voorbereid de winter in laten gaan, of wil je zelf nog wat zekerder worden achter het stuur? Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen en samen kijken wat er nog op het programma staat.