Je hebt maandenlang goed gereden. Je stuurt netjes, je kijkt op tijd, je rijschoolinstructeur is tevreden. En dan stapt op de ochtend van het examen die onbekende examinator in, en opeens is je hoofd leeg. Herkenbaar? Voor veel jongeren zijn niet de bochten of de rotondes het probleem, maar de zenuwen. Voor precies die groep heeft het CBR het faalangstexamen.

Wat is het faalangstexamen?

Het faalangstexamen is een gewoon praktijkexamen auto, alleen met meer tijd en rust eromheen. Volgens het CBR duurt het in totaal 1 uur en 20 minuten, terwijl een regulier examen ongeveer 55 minuten kost. De examenrit zelf is even lang als normaal, namelijk 35 minuten. De extra tijd gaat naar een rustige start, uitleg en ruimte om even bij te komen. Je krijgt bovendien een examinator die speciaal getraind is om mensen met faalangst op hun gemak te stellen.

Wordt het je tijdens de rit toch te veel? Dan mag je om een time-out vragen. Je zet de auto op een veilige plek stil, haalt even adem en rijdt daarna verder. Die pauze klinkt klein, maar voor iemand die snel dichtklapt scheelt het enorm.

Voor wie is het en hoe vraag je het aan?

Het faalangstexamen is bedoeld voor leerlingen die door spanning niet kunnen laten zien wat ze echt kunnen. Je hoeft geen verklaring van een psycholoog te hebben. Je vraagt het aan via je rijschool, die het examen voor je reserveert bij het CBR. Eén voorwaarde: je theorie-examen moet al gehaald zijn. Lees je onze uitleg over de tussentijdse toets, dan weet je meteen hoe je die spanning ook vóór het echte examen alvast kunt oefenen.

Twijfel je of het bij jou past? Bespreek het gewoon met je instructeur. Wij kennen je manier van rijden en zien of je op de dag zelf blokkeert of dat er iets anders speelt. Ook bij rijles met ADHD of autisme kijken we samen naar wat je nodig hebt om rustig examen te doen.

Wat je zelf kunt doen tegen de zenuwen

Een aangepast examen helpt, maar je kunt zelf ook veel doen. Slaap de nacht ervoor op tijd, eet een normaal ontbijt en kom ruim op tijd, zodat je niet gejaagd instapt. Adem langzaam in door je neus en rustig uit door je mond als je merkt dat je hart sneller gaat. In ons artikel examenstress de baas zetten we die technieken op een rij. Reed je een tijd niet en ben je daardoor onzeker geworden, dan kan een opfriscursus je vertrouwen terugbrengen.

Even voor de ouders

Zit uw zoon of dochter dagenlang te piekeren over het examen? Dat wil niet zeggen dat het rijden niet goed genoeg is. Faalangst en rijvaardigheid zijn twee verschillende dingen. Het faalangstexamen geeft precies de ruimte die een gespannen jongere nodig heeft om te laten zien wat er al in zit. Een beetje meelevende rust thuis helpt vaak net zo goed als welke oefenrit dan ook.

Wil je weten of het faalangstexamen bij jou past, of gewoon eerst eens rustig kennismaken? Kom langs voor een gratis proefles. Dan rijden we samen een rondje en bespreken we welke aanpak voor jou het prettigst werkt.

Je hebt net je rijbewijs en de eerste zomer met de auto komt eraan. Steeds vaker staat er thuis een elektrische auto op de oprit, of leen je die van je ouders voor een ritje naar het zuiden. Rijden gaat vanzelf, maar laden onderweg is nieuw. Met een beetje planning kom je net zo relaxed aan als met een benzineauto.

Laadpalen zijn er genoeg, maar plannen blijft slim

De zorg dat je met een lege accu langs de weg staat, is een stuk kleiner geworden. Nederland telde begin 2026 ongeveer 210.000 publieke laadpunten, ruim twee keer zoveel als vijf jaar geleden, meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Langs vrijwel elke snelweg staan snelladers, vaak met een vermogen tot 350 kW. Daarmee laad je een moderne EV in zo’n 20 tot 30 minuten weer tot 80 procent.

Op vakantie ligt het net iets anders. De actieradius van de meeste elektrische auto’s zit tussen de 200 en 350 kilometer, en die haal je op een warme dag met airco en een volle kofferbak niet altijd. De ANWB adviseert daarom te rekenen met ongeveer 80 procent van het opgegeven bereik. Zo houd je altijd wat marge en hoef je niet op je zenuwen naar de volgende laadpaal te rijden.

Zo pak je een lange rit aan

Plan je laadstops vooraf, dan reis je van snellader naar snellader zonder gedoe. Een handig hulpmiddel is de ANWB Onderweg-app: die laat zien waar de laadpunten staan, wat ze kosten en of ze vrij of bezet zijn. Trek je een caravan of vouwwagen? Houd er dan rekening mee dat je bereik volgens de ANWB ongeveer halveert, dus reken op extra stops.

Een paar dingen die het makkelijker maken:

  • Laad tot ongeveer 80 procent in plaats van helemaal vol. Dat gaat sneller en is beter voor de accu.
  • Neem in het buitenland meerdere laadpassen mee. De gratis ANWB-laadpas geeft toegang tot bijna een miljoen laadpunten in Europa.
  • Gebruik in de bergen de hoogste stand van regeneratief remmen. Je spaart je remmen en wint energie terug bij het afdalen.

Zit je nog in de leerfase? In ons artikel over elektrisch rijden voor beginners leggen we uit hoe regeneratief remmen en de stille aandrijving werken. En twijfel je nog tussen brandstof en stroom, lees dan onze uitleg over automaat of schakelauto, want elke EV rijdt als een automaat.

Wennen doe je met kleine ritjes

Laden onderweg voelt in het begin onwennig, net als de eerste keer tanken. Ons advies: oefen dicht bij huis. Rij een keer naar een snellader in de buurt en probeer het hele proces uit, van pas aanhouden tot loskoppelen, voordat je aan de grote vakantierit begint. Zo weet je precies wat je doet als het straks druk is op een laadplein in Frankrijk.

Vergeet naast de accu de rest van de auto niet. Onze vakantiecheck loopt bandenspanning, vloeistoffen en papieren met je door. En omdat een elektrische rit met laadstops langer duurt, helpen de tips uit moe achter het stuur je om alert te blijven.

Wil je eerst rustig leren rijden voordat je de weg op gaat, in een schakelauto of juist in een automaat? Kom kennismaken en vraag vrijblijvend een gratis proefles aan. Ook voor ouders die willen weten hoe wij lesgeven, is dat een mooi moment om je vragen te stellen.

Zaterdag 11 juli kleurt de Route du Soleil zwart op de druktekalender van de ANWB. Duizenden gezinnen vertrekken op hetzelfde moment naar Frankrijk, Italië en Spanje. Dat betekent lange ritten, files en een auto vol koffers. Juist op zo’n dag sluipt er een gevaar naar binnen dat veel bestuurders onderschatten: je wordt moe achter het stuur, en dat merk je vaak pas als het bijna te laat is.

Waarom vermoeidheid zo gevaarlijk is

De ANWB noemt vermoeidheid levensgevaarlijk, en de cijfers geven ze gelijk. Ongeveer 1 op de 5 ernstige verkeersongelukken ontstaat doordat de bestuurder moe is. Ben je vermoeid, dan is de kans op een ongeluk vier keer zo groot, ook op korte stukken. Volgens onderzoek van kennisinstituut SWOV speelt vermoeidheid mee bij zo’n 15 procent van alle ongevallen, goed voor honderden ernstige aanrijdingen per jaar.

Het venijnige zit in de microslaap. Je dommelt een paar seconden weg zonder het door te hebben. Bij 120 km/u leg je in vier seconden meer dan honderd meter af met je ogen dicht. Dat gaat een keer goed, en dan een keer niet.

Herken de signalen op tijd

Je lichaam waarschuwt je ruim voordat je in slaap valt. Let op deze tekenen:

  • Je gaapt de ene keer na de andere.
  • Je houdt onbewust een wisselende snelheid aan.
  • Je hebt moeite om netjes binnen de belijning te blijven.
  • Je oogleden worden zwaar en je hoofd knikt weg.

Merk je dit bij jezelf, wacht dan niet tot de volgende parkeerplaats “die er zo wel aankomt”. Neem de eerste veilige afslag die je ziet.

Zo kom je uitgerust aan

Een lange rit hoeft geen uitputtingsslag te zijn. Met een beetje planning blijf je fris.

  1. Rijd maximaal twee uur achter elkaar en neem dan een kwartier rust. Dat is het vaste advies van de ANWB, en het werkt beter dan doorbijten tot je er bijna bij neervalt.
  2. Ben je echt suf? Een powernap van 20 minuten is het effectiefst. Korter dan een kwartier helpt te weinig, langer dan een half uur word je juist versuft wakker.
  3. Rijd je met z’n tweeën en heeft de ander ook een rijbewijs? Wissel dan regelmatig, zodat niemand urenlang aan de bak zit.
  4. Houd de auto koel. Warmte maakt je slaperig, dus zet de airco aan of rijd met een raampje open.
  5. Eet en drink onderweg licht. Een volle maag met patat en snacks maakt je juist moe.
  6. Vertrek uitgerust. Na een korte nacht om files voor te zijn stap je al met een achterstand in. Slim plannen scheelt: doordeweeks of heel vroeg vertrekken staat vaak een stuk rustiger.

Voor jonge bestuurders telt dit extra zwaar. Heb je je rijbewijs net op zak, dan kost elke situatie nog wat meer concentratie, en dan hakt zo’n lange rit er stevig in. Bouw je afstand daarom rustig op en laat je eerste grote reis niet meteen een marathon van tien uur zijn. In ons artikel over je eerste kilometers na het examen lees je hoe je dat aanpakt. Ga je met de auto de grens over, check dan ook onze tips voor rijden in het buitenland en de vakantiecheck van je auto. En loopt het thermometertje op? Dan komt rijden bij 30 graden goed van pas.

Twijfel je of je genoeg ervaring hebt voor die lange vakantierit, of wil je voor het vertrek nog wat zelfvertrouwen tanken? Kom eens langs. Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen, zodat je goed voorbereid en met een gerust gevoel de weg op gaat. Handig voor de jonge bestuurder, en fijn voor ouders die hun kind veilig willen zien vertrekken.

Meer dan de helft van de nieuwe auto’s in Nederland heeft geen koppelingspedaal meer. In 2018 werd nog zo’n 34 procent van de auto’s als automaat verkocht, in 2023 was dat al ongeveer 64 procent. Dat merken we ook bij de rijschool: steeds meer leerlingen twijfelen of ze nog wel in een schakelauto willen afrijden.

Waarom kiezen zoveel jongeren voor de automaat?

De opkomst van elektrische auto’s speelt hierin de grootste rol. Een elektrische auto is altijd een automaat, dus wie later elektrisch wil gaan rijden heeft aan schakelen weinig. Volgens het CBR is het aandeel automaatexamens gestegen van ongeveer 2 procent in 2015 naar 5,2 procent nu, meer dan een verdubbeling. In aantallen: waar in 2016 zo’n 2000 mensen automaatexamen deden, zijn dat er inmiddels ruim 6000. RTL Nieuws sprak rijschoolhouders die zien dat de gemiddelde leeftijd van automaatleerlingen daalt richting de 20. Vroeger was de automaat vooral iets voor oudere bestuurders, nu kiezen ook jonge leerlingen er bewust voor.

Wat betekent code 78 op je rijbewijs?

Rij je je examen in een automaat, dan komt code 78 op je rijbewijs. Die code betekent dat je alleen auto’s met een automaat mag besturen. Wil je later toch in een schakelauto rijden, dan hoef je je theorie niet opnieuw te doen. Je vraagt een Gezondheidsverklaring aan bij het CBR, neemt een paar lessen in een schakelauto en doet daarna alleen het praktijkexamen. Slaag je, dan haalt de RDW code 78 van je rijbewijs af. We legden eerder al uit hoe automaat rijden werkt en wat code 78 precies inhoudt.

Automaat is niet zomaar makkelijker

Veel leerlingen denken dat een automaat een gemakkelijke route naar het rijbewijs is. Dat valt tegen. Het slagingspercentage voor het gewone B-examen ligt rond de 53 procent, voor het automaatexamen met code 78 rond de 40 procent. Je houdt in een automaat je handen vrij van de versnellingspook, maar de examinator kijkt juist scherper naar je kijkgedrag, je snelheid en je plaats op de weg. Zonder schakelen heb je meer aandacht over, en dat verwacht de examinator ook terug te zien.

Wat past bij jou?

Wil je maximale vrijheid, bijvoorbeeld een schakelauto van je ouders lenen of goedkoop een tweedehandsje rijden, dan is een schakelrijbewijs handig. Ga je vooral in de stad rijden of denk je aan een elektrische auto, dan is een automaat een logische keus. Ouders vragen we vaak om mee te denken: welke auto rijdt je zoon of dochter straks het meest? Dat bepaalt de keuze vaak meer dan de prijs.

Twijfel je nog? Kom een keer langs voor een gratis proefles. Je zit een keer achter het stuur, we bespreken samen automaat of schakel, en daarna weet je welke route bij je past. Je hele weg naar het rijbewijs regel je bij ons, van proefles tot examen.

Je rijdt achter een auto die plots hard remt, en je schrikt: sta ik hier niet veel te dicht op? In de zomerdrukte op de snelweg gebeurt dat zo. Te weinig ruimte tussen jou en je voorganger is een van de fouten die we tijdens de rijles het vaakst zien, en ook op het examen kost het punten. Goed nieuws: met een simpele vuistregel heb je het zo onder de knie.

Waarom afstand houden zo belangrijk is

Zodra er iets gebeurt, moet je eerst reageren en pas daarna remmen. In die reactietijd rijd je gewoon door. De ANWB rekent voor dat je bij 120 km/u in één seconde al 33 meter verder bent, nog voordat je voet op de rem staat. Zit je dan te kort op je voorganger, dan is een kop-staartbotsing bijna niet te voorkomen. Bumperkleven staat daarom al jaren bovenaan in de ergernissen-top10 van automobilisten, en niet voor niets: het is gevaarlijk en het levert een boete op. Voor onvoldoende afstand houden tot 80 km/u betaal je in 2026 zo’n 380 euro, en boven die snelheid komt de zaak bij het Openbaar Ministerie terecht.

De 2-secondenregel

De makkelijkste manier om je afstand te checken komt van de ANWB: kies een vast punt langs de weg, bijvoorbeeld een lantaarnpaal of een bord. Begin te tellen zodra de auto voor je dat punt passeert. Ben je er na twee seconden zelf nog niet? Dan houd je genoeg afstand. Tel je sneller, dan zit je te dicht erop en laat je gas los tot het weer klopt.

Wil je liever in meters denken, dan werkt deze rekentruc van de ANWB net zo goed: neem de helft van je snelheid en tel daar 10 procent bij op. Bij 100 km/u houd je dus ongeveer 55 meter aan. Regent het of is het mistig? Dan maak je die afstand groter, want je remweg wordt langer.

Zo pak je het aan tijdens de rijles

Afstand houden is geen kwestie van veel afremmen, maar van op tijd gas loslaten. Kijk ver vooruit, niet naar de bumper voor je maar naar het verkeer daarachter. Zo zie je eerder aankomen dat de rij vertraagt en hoef je minder abrupt te remmen. Dat scheelt ook op je examen, want de examinator let er scherp op. Deze zelfde ver-vooruitkijken-techniek helpt trouwens bij invoegen op de snelweg en bij rustig blijven in de file.

Kortom, het is een klein ding dat een groot verschil maakt. Wil je meer van dit soort valkuilen voorkomen, lees dan ook onze tips over veelgemaakte fouten in de rijles. En heb je je rijbewijs net op zak, dan blijft afstand houden een van de belangrijkste gewoontes bij het alleen rijden.

Wil je dit rustig oefenen met een instructeur die naast je zit? Bij Road Company begin je met een gratis proefles. Handig voor de jongere die net begint, en geruststellend voor ouders die willen weten hoe hun kind ervoor staat. Plan er gerust een in.

Je rijdt in de zomervakantie een onbekende weg op en ziet een blauw bord met een wit autootje. Even later staat er weer een blauw bord, maar net iets anders. Mag je hier nou 80, 100 of 130? Voor veel leerlingen is het verschil tussen een autoweg en een autosnelweg lastig, terwijl het op het theorie-examen gewoon langskomt en op vakantie ineens heel praktisch wordt.

Zo herken je de borden

Een autoweg herken je aan een blauw bord met een witte auto erop. Een autosnelweg heeft ook een blauw bord met een auto, maar dan boven een soort viaduct met twee pijlers. Dat kleine verschil in het plaatje bepaalt welke regels gelden. Zie je het bord met de brug eronder, dan zit je op de snelweg. Zie je alleen de auto, dan is het een autoweg.

Het verschil zit niet in hoe druk of hoe breed de weg is. Een autoweg kan best twee rijstroken per richting hebben en er toch geen snelweg van maken. De borden zijn dus leidend, niet je eigen inschatting.

De snelheid is anders

Op een autoweg mag je meestal 100 kilometer per uur, tenzij een bord iets anders aangeeft. Soms is dat 80. Op een autosnelweg is de maximumsnelheid officieel 130, maar tussen 06.00 en 19.00 uur geldt op verreweg de meeste snelwegen 100 kilometer per uur. Dat staat zo op de site van de Rijksoverheid. Die dagsnelheid van 100 kwam er in 2020 vanwege de stikstofuitstoot.

Sinds april 2025 mag je overdag op een paar trajecten weer 130 rijden, bijvoorbeeld op de A7 over de Afsluitdijk en op een stuk A6, meldt de Rijksoverheid. Kijk dus altijd naar de matrixborden boven de weg. Die hebben altijd voorrang op wat je denkt te weten.

Wat mag wel en niet

Op de snelweg is een minimumsnelheid van belang. Je voertuig moet minstens 60 kilometer per uur kunnen rijden om er te mogen komen, op een autoweg is dat 50. Een brommobiel of tractor hoort er daarom niet thuis. Op beide wegen mag je niet keren, achteruitrijden of stoppen op de vluchtstrook, behalve bij pech.

Op de snelweg voeg je in via een invoegstrook en pas je je snelheid aan die van het verkeer aan. Hoe je dat rustig doet, lees je in ons artikel over invoegen op de snelweg. Rijd je naar het buitenland, houd er dan rekening mee dat de regels daar anders liggen. We zetten het voor je op een rij in met de auto naar het buitenland. En voordat je op pad gaat, doe je natuurlijk even de vakantiecheck van je auto.

Twijfel je nog over dit soort verkeersborden en wil je het rustig oefenen met een instructeur naast je? Voor jongeren die net beginnen en voor ouders die willen dat hun kind veilig de weg op gaat, kun je vrijblijvend een gratis proefles aanvragen. Dan leggen we het onderweg gewoon aan je uit.