Je rijdt rond acht uur naar school of naar je werk, draait een hoek om en dan staat de zon pal voor je. Een paar seconden zie je vrijwel niets: geen fietser, geen remlicht, geen verkeerslicht. Vanaf september begint dat weer, want de zon komt steeds later op. Eind deze maand is dat pas rond half acht, precies wanneer jij in de ochtendspits zit.

Twintig procent meer ongelukken

Veilig Verkeer Nederland becijferde dat er bij laagstaande zon tot 20 procent meer ongelukken gebeuren dan normaal, goed voor zo’n 500 extra aanrijdingen. Dat zit hem in twee dingen. Je ziet gewoon minder, omdat fel tegenlicht het contrast wegneemt en je daardoor de remlichten van je voorganger later herkent. En je ogen en hersenen werken harder om er iets van te maken. Die extra inspanning maakt je moe, en moe betekent trager reageren.

Vervelend detail: de tegenligger heeft er net zo veel last van. Als jij op een kruispunt linksaf wilt, kan het goed zijn dat hij jou pas op het laatste moment ziet. Fietsende scholieren op een donkere jas vallen in dat licht bijna weg. Wij zien op de rijles dat leerlingen daar in het najaar echt aan moeten wennen, ook als ze in de zomer prima reden.

Regel dit voordat je wegrijdt

Een vieze voorruit merk je pas als de zon erop schijnt. Vuil en oude wisserstrepen verstrooien het licht en dan kijk je door een grijze waas. Poets de ruit dus ook aan de binnenkant, want daar zit een dun laagje aanslag van het interieur. De ANWB adviseert daarnaast om standaard een zonnebril in de auto te leggen, het liefst met gepolariseerde glazen. Die halen reflecties van nat wegdek weg. Bruinoranje glazen geven meer contrast, waardoor je randen en verkeersborden beter uit elkaar houdt.

Check meteen even je ruitenwissers en je sproeiervloeistof. Versleten rubbers trekken strepen die je bij zonlicht vol in beeld hebt. Dat hoort sowieso bij het rondje dat je ook voor een lange rit doet, zoals we in onze vakantiecheck voor de auto beschreven.

Onderweg: vier dingen die helpen

  1. Zet je dimlicht aan. Niet om zelf beter te zien, maar zodat anderen jou eerder opmerken tegen dat felle licht in.
  2. Vergroot je volgafstand. Je ziet remlichten later, dus je hebt meer ruimte nodig. Hoe je die afstand inschat, lees je in ons artikel over te dicht op je voorganger rijden.
  3. Klap de zonneklep naar beneden, maar zo dat je nog ver vooruit kunt kijken. Wie alleen de motorkap ziet, mist het kruispunt erachter.
  4. Ga langzamer rijden bij kruispunten en oversteekplaatsen. Beweeg je hoofd iets, dan verplaatst de verblinding en zie je vaak net genoeg.

Voor ouders die met hun kind meerijden of begeleiden: plan de eerste najaarsritten niet meteen op het drukste moment. Een rondje om kwart over negen, als de zon iets hoger staat en de scholen binnen zijn, geeft veel meer rust. In de schoolstraten is het dan ook een stuk overzichtelijker.

Merk je dat je in het najaar onzeker wordt van dit soort omstandigheden, of wil je juist nu beginnen met lessen? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We rijden dan gewoon een route waar je in het echt tegen die lage zon aan rijdt, zodat je weet wat je ermee doet.

Je rijbewijs zit straks ook op je telefoon. Het Europees Parlement stemde in oktober 2025 in met een nieuwe rijbewijsrichtlijn, en daar staat een digitaal rijbewijs in dat in de hele EU geldt. Het plastic pasje verdwijnt niet. Wie liever iets tastbaars in zijn portemonnee houdt, kan een fysiek rijbewijs blijven aanvragen, dat volgens het Parlement in de regel binnen drie weken geleverd moet worden.

Wat er met het pasje zelf gebeurt

De richtlijn is eind 2025 in werking getreden en regelt meer dan alleen de digitale versie. De geldigheidsduur van een rijbewijs voor auto en motor gaat in Europa naar 15 jaar, tegenover de 10 jaar die we in Nederland gewend zijn. Landen mogen het op 10 jaar houden als het rijbewijs ook als identiteitsbewijs dient, en Nederland heeft die keuze nog niet gemaakt. Voor vrachtwagens en bussen blijft het 5 jaar.

Er zit ook een praktische regel in voor iedereen die verhuist of op vakantie gaat: boetes en rijontzeggingen worden beter tussen EU-landen uitgewisseld. Een rijverbod dat je in Frankrijk oploopt, blijft dus niet langer alleen daar hangen. Ga je binnenkort de grens over, lees dan ook wat er in het buitenland anders is aan de verkeersregels.

Begeleid rijden vanaf 17 wordt Europees

In de rest van Europa is dit nieuw, bij ons niet. De richtlijn maakt het mogelijk om vanaf 17 jaar het autorijbewijs te halen en tot je 18e alleen met een ervaren begeleider naast je te rijden. In Nederland kennen we dat als 2toDrive: theorie vanaf 16 jaar, rijles vanaf 16,5 en praktijkexamen vanaf 17.

Voor ouders is dat vaak het interessantste deel van het nieuws. Je zit er een jaar lang letterlijk naast, en die kilometers in het donker, in de regen en op de snelweg zijn precies de situaties waar een verse bestuurder anders pas alleen mee te maken krijgt. Hoe je je aanmeldt als begeleider en wat je daarvoor nodig hebt, leggen we uit in ons artikel over begeleider worden bij 2toDrive.

Een proeftijd voor beginners, en die kennen wij al

Nieuw voor Europa is een verplichte proeftijd van minimaal twee jaar voor onervaren bestuurders, met strengere regels rond alcohol, gordels en kinderzitjes. Nederland gaat daar al jaren overheen. Volgens de Rijksoverheid ben je hier 5 jaar beginnend bestuurder als je je eerste rijbewijs op je 18e of later haalt, en 7 jaar als dat op je 16e gebeurde, bijvoorbeeld met een bromfietsrijbewijs.

In die periode geldt voor jou 0,2 promille in plaats van 0,5. Krijg je twee strafpunten voor zwaardere overtredingen, dan meldt het Openbaar Ministerie dat bij het CBR, en dat kan een onderzoek naar je rijvaardigheid opleggen. Zak je daarvoor, dan raak je je rijbewijs kwijt. Net geslaagd? Dan is rustig je eerste kilometers maken zo gek nog niet.

Wanneer merk je hier iets van?

Niet volgend jaar. Het CBR schrijft dat landen drie jaar krijgen om de regels in nationale wetgeving te zetten en daarna nog een jaar voor de uitvoering. Het CBR werkt intussen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de RDW uit hoe de Europese regels op de Nederlandse wet gaan aansluiten. Voor je theorie-examen en je praktijkexamen verandert er voorlopig dus niets.

Wil je nu al beginnen, of denk je als ouder na over 2toDrive? Kom eerst een keer rijden en kijk of het klikt: je kunt bij ons vrijblijvend een gratis proefles aanvragen. Na afloop weet je wat je niveau is en hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Rijbewijs binnen, en dan wil je een auto. Je vindt een tweedehands hatchback van 1.800 euro, en dan komt de verzekering in beeld. Bestuurders van 18 tot en met 20 jaar betaalden in het eerste kwartaal van 2026 gemiddeld 2.927,65 euro per jaar aan hun autoverzekering, becijferde vergelijker Autoverzekering.nl afgelopen juni. Dat is 15,6 procent meer dan een jaar eerder, en vaak een veelvoud van wat de auto zelf waard is.

Waarom jij meer betaalt dan je ouders

Twee dingen tellen tegen je. De Consumentenbond legt uit dat je tot je 25e bij vrijwel elke verzekeraar een leeftijdstoeslag betaalt, omdat jonge bestuurders statistisch vaker schade rijden. En je begint met nul schadevrije jaren, dus je krijgt nog geen no-claimkorting. Wie een paar jaar verder is, ziet het snel zakken: voor bestuurders van 21 tot en met 24 jaar lag de gemiddelde jaarpremie in dezelfde periode op 1.767,89 euro.

Op de polis van je ouders: let op de schadevrije jaren

Veel gezinnen lossen die premie op door de auto en de verzekering op naam van vader of moeder te zetten. Dat scheelt meteen geld, maar er zit een addertje onder het gras dat pas jaren later pijn doet. Schadevrije jaren zijn persoonsgebonden, schrijft de Consumentenbond. Ze staan op naam van de verzekeringnemer en worden onder die naam geregistreerd in Roy-data, de landelijke database van de verzekeraars. Rijd jij vier jaar schadevrij rond in de auto van je ouders, dan staan die vier jaar op hun naam en begin je bij je eigen eerste polis alsnog op nul.

Het werkt ook de andere kant op. Veroorzaak je schade en wordt die geclaimd, dan gaan er bij de meeste verzekeraars vijf schadevrije jaren af bij degene die de polis op naam heeft staan. Vul dus eerlijk in wie de auto het vaakst rijdt. Verzekeraars vragen naar de regelmatige bestuurder en kijken daar bij schade opnieuw naar.

Zo houd je de premie behapbaar

  1. Kies een kleine, oudere auto. De waarde en het gewicht bepalen een flink deel van je premie.
  2. Geef je echte kilometrage door. 7.000 kilometer per jaar in plaats van 15.000 zie je terug.
  3. Kijk kritisch naar je dekking. Bij een auto van 1.500 euro levert allrisk zelden genoeg op.
  4. Vergelijk echt door. Volgens de Consumentenbond accepteert maar een kwart van de autoverzekeraars 17-jarige automobilisten, en ook daarboven verschillen de toeslagen per maatschappij.

En dan nog vijf jaar beginnersrijbewijs

Er loopt in die eerste periode nog iets mee. Volgens de ANWB ben je vijf jaar lang beginnend bestuurder, en zeven jaar als je op je 16e of 17e bent gestart via 2toDrive. In die jaren geldt voor jou 0,2 promille alcohol in plaats van de gewone 0,5, iets waar we eerder de regels rond alcohol en drugs achter het stuur voor op een rij zetten. Krijg je twee strafpunten voor een zware overtreding, dan meldt het Openbaar Ministerie je volgens de Rijksoverheid bij het CBR voor een onderzoek naar je rijvaardigheid. Een aantekening kost je je rijbewijs, een schadeclaim kost je je korting, en van allebei merk je jaren later nog iets.

De meeste beginnende bestuurders rijden gewoon schadevrij door, zeker als ze de eerste maanden rustig opbouwen. Onze tips voor je eerste kilometers alleen achter het stuur helpen daarbij, en wie na het examen lang stil heeft gestaan, heeft vaak meer aan een paar opfrislessen dan aan een duurdere polis. Sta je nog aan het begin? Je kunt bij Road Company vrijblijvend een gratis proefles aanvragen, dan weet je zelf waar je staat en weten je ouders wat het traject ongeveer gaat kosten.

Je zoon of dochter heeft net de eerste rijles gehad en de vraag komt meteen: hoeveel lessen gaat dit eigenlijk kosten, en hoe lang duurt het nog tot het rijbewijs op zak zit? Een eerlijk antwoord is lastig, want het verschilt enorm per leerling. Toch zijn er cijfers die je een reëel beeld geven, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

Hoeveel lessen heb je gemiddeld nodig?

Uit recent CBR-onderzoek blijkt dat leerlingen gemiddeld tussen de 41 en 42,5 lesuren nodig hebben voordat ze klaar zijn voor het praktijkexamen. Dat gemiddelde verschilt flink per leeftijd. Wie tussen de 17 en 20 jaar oud is, heeft doorgaans aan zo’n 35 lessen genoeg. Tussen de 20 en 30 jaar loopt dat op naar ongeveer 40 lessen, en boven de 40 jaar zit je eerder rond de 50. Sommige leerlingen zijn na 22 lessen klaar voor hun examen, anderen hebben er meer dan 54 nodig. Motoriek, rijervaring als bijrijder en hoe vaak je aansluitend kunt oefenen, spelen daarin allemaal mee.

Bij Road Company bepalen we dat aantal nooit vooraf op een vast pakket. Je instructeur kijkt na een paar lessen hoe het gaat en past het lesplan daarop aan. Dat is ook precies waarom we altijd met een gratis proefles beginnen: die eerste rit geeft een aardig beeld van waar iemand staat, zonder dat er meteen een pakket aan lessen op de rekening staat.

Van proefles naar examen: zo loopt het traject

Het begint met een kennismaking achter het stuur, waarna je met vaste lessen aan de slag gaat. Rond het punt waarop je instructeur denkt dat je er klaar voor bent, kun je een tussentijdse toets doen. Die toets werd in april 2025 tijdelijk geschrapt omdat de wachttijden voor het echte examen te lang opliepen, maar is sinds 30 maart 2026 weer op alle CBR-locaties beschikbaar. De tussentijdse toets laat precies zien welke onderdelen nog aandacht nodig hebben.

Daarna volgt de theorie, los van de praktijklessen, en pas als beide op orde zijn kan het praktijkexamen worden gepland. De wachttijd daarvoor is nu op vrijwel alle CBR-locaties vijf weken of korter, terwijl het CBR zelf naar maximaal zeven weken streeft. Voor wie liever niet in één keer examen doet: een faalangstexamen is een optie als spanning de belangrijkste hobbel is, niet de rijvaardigheid.

Wat het gemiddelde betekent voor je planning

Met 41 lesuren als richtsnoer kun je thuis vrij nauwkeurig een tijdspad uitstippelen. Rij je twee keer per week een uur, dan zit je grofweg vijf tot zes maanden verder voor het praktijkexamen aan de beurt is, wachttijd bij het CBR meegerekend. Rij je vaker, dan gaat het sneller, al is te veel achter elkaar proppen niet altijd verstandig. De motoriek moet kunnen landen tussen de lessen door.

Het slagingspercentage voor het eerste praktijkexamen B lag in 2025 landelijk op 49,6 procent. Bij rijscholen die meerdere rijbewijscategorieën aanbieden ligt dat cijfer duidelijk hoger, rond de 67 procent. Dat verschil zit vooral in hoe goed een rijschool inschat wanneer een leerling er echt klaar voor is. Voor 16,5-jarigen die via 2toDrive starten, telt de tijd als begeleide bestuurder ook mee: dat scheelt in de praktijk vaak lesuren.

Realistisch plannen scheelt teleurstelling

Het beste advies blijft: ga uit van een bandbreedte, niet van een vast getal. Twintig lessen is voor de meeste leerlingen aan de optimistische kant, vijftig is niet uitzonderlijk en zeker geen teken dat het niet goed gaat. Wat wel helpt, is een instructeur die eerlijk is over de voortgang en niet blijft doorlessen zonder duidelijk doel.

Wil je weten hoeveel lessen jouw kind of jijzelf ongeveer nodig hebt? Vraag een proefles aan bij Road Company en we maken er samen een realistische inschatting van, inclusief een planning richting het examen.

Zaterdagmiddag, zon, en de Lekdijk staat vol. Een groep wielrenners voor je, een bestelbus die aan komt rijden, en een weg die eigenlijk te smal is voor jullie alle drie. Voor veel leerlingen is dat het moment waarop het zweet uitbreekt. Toch horen dijkwegen bij onze regio: van Culemborg naar Beusichem, langs de Linge richting Geldermalsen, over de dijk naar Tiel. Je komt er vroeg of laat langs.

Waarom een dijkweg anders rijdt

Op een dijk zit je hoog, de weg is smal en er is vaak geen apart fietspad. In juni 2024 vroegen de ANWB, de Fietsersbond, Veilig Verkeer Nederland en VeiligheidNL ruim 2.700 fietsers naar hun ervaringen op dijkwegen. Driekwart komt er onveilige situaties tegen. Bovenaan de lijst staat te hard rijdend gemotoriseerd verkeer (69 procent), gevolgd door drukte op mooie dagen en auto’s die te weinig ruimte laten bij het passeren. Ruim zes op de tien fietsers noemen de weg simpelweg te smal.

Die cijfers zeggen iets over hoe jij daar als bestuurder rijdt. Een dijkweg is meestal een 60 km/u-weg, en volgens de SWOV valt ongeveer tien procent van alle ernstig verkeersgewonden op zulke wegen buiten de bebouwde kom. Dat is na de wegen in de stad de grootste groep.

Vijf dingen die op de dijk het verschil maken

  1. Neem gas terug vóórdat je bij de fietser bent. Remmen op het moment dat je er al naast rijdt, brengt je juist dichterbij.
  2. Houd ongeveer anderhalve meter zijruimte. Past dat niet omdat er een tegenligger aankomt? Dan wacht je gewoon even achter de fietser. Dat kost je tien seconden.
  3. Blijf van de berm af. Op veel dijken ligt het asfalt hoger dan de grond ernaast. Zak je met je rechterwiel de berm in, dan trekt de auto je die kant op en gaat het snel mis.
  4. Rijd bochten en dijktoppen behoedzaam op. Je ziet vaak pas op het laatste moment wat erachter zit, dus houd je snelheid laag genoeg om te kunnen stoppen op het stuk weg dat je overziet.
  5. Reken in augustus en september op landbouwverkeer. Oogsttijd betekent trekkers met brede machines. Een tractor haal je niet even in op een dijk.

Het principe achter die tips is hetzelfde als bij genoeg afstand houden van je voorganger: ruimte geeft je tijd om te reageren.

Komt dit ook op je examen terug?

Waarschijnlijk wel, in een of andere vorm. Het CBR werkt niet met vaste examenroutes maar bouwt de rit op uit zogeheten coördinatiepunten, plaatselijke verkeerssituaties die de examinator wil zien. In een rivierengebied horen smalle wegen met fietsers en tegenliggers daar gewoon bij. Ook rijd je tijdens het praktijkexamen 10 tot 15 minuten zelfstandig, zonder aanwijzingen. Dan bepaal jij dus zelf hoeveel gas je terugneemt.

Bij Road Company rijden we deze wegen bewust in de les, net als de bekende rotondes en kruispunten in de regio en de drukke schoolstraten in september. Voor ouders is dat vaak de geruststelling: je kind staat er niet voor het eerst op examendag.

Wil je weten hoe dat rijdt? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We nemen dan meteen een stuk dijk mee, zodat je zelf voelt hoeveel ruimte je hebt.

Maandag 31 augustus zit de zomervakantie er voor de scholen in het midden van het land weer op. Om kwart voor acht staan de straten rond de scholen dan opeens vol: brugklassers die hun nieuwe fietsroute nog niet kennen, groepjes die naast elkaar rijden en ouders die hun kind nog even snel voor de deur afzetten. Rijd je daar zelf doorheen, in de lesauto of met je verse rijbewijs, dan zijn dat de lastigste tien minuten van je dag.

De schoolstraat: een straat waar je niet in mag

Veilig Verkeer Nederland begon op 17 augustus met de campagne “Onze scholen zijn weer begonnen”, die per vakantieregio drie weken loopt: in het midden van het land van 24 augustus tot en met 13 september. Dit jaar vraagt VVN extra aandacht voor de schoolstraat. Dat is een straat die aan het begin en aan het eind van de schooldag dicht gaat voor gemotoriseerd verkeer, zodat kinderen er lopend en fietsend langs kunnen zonder dat er auto’s tussendoor manoeuvreren. Minister Karremans trapte de campagne af op de Mgr. Huibersschool in Haarlem.

Kom je zo’n afzetting tegen, dan geldt die ook voor jou, ook als je alleen “even” iemand wilt afzetten. Rijd om, of parkeer een paar straten verderop en loop het laatste stuk. Volgens VVN noemen veel ouders de schoolomgeving vol en soms onveilig, en is juist het haal- en brengverkeer daar een belangrijke oorzaak van.

Waarom september een oplet-maand is

De cijfers van SWOV laten zien waarom dit geen loze campagne is. Fietsers van 12 tot en met 19 jaar zijn bijna twee keer zo kwetsbaar in het verkeer als fietsers van 24 tot en met 64 jaar. In de periode 2005-2014 vielen er meer slachtoffers onder twaalfjarige fietsers zodra de scholen weer begonnen, waarschijnlijk doordat ze dan voor het eerst naar de middelbare school fietsen: een langere route, vaak buiten de bebouwde kom, en nog onbekend. Eerder schreven we al over fietsende kinderen in de spits.

Vier dingen die je nu anders doet

  1. Rem eerder af. Ga bij een school van 50 naar 30 voordat je de zone in rijdt, niet pas als je de eerste fietser ziet. Bij 30 km/u sta je vele meters eerder stil dan bij 50.
  2. Kijk twee keer voor je rechtsaf slaat. Een fietser haalt je rechts in en verdwijnt in je dode hoek. Spiegel, schouderblik, dan pas sturen.
  3. Houd meer afstand. Voor je voorganger remt er iemand voor een overstekend kind. Onze tips over volgafstand houden gelden in de spits dubbel.
  4. Telefoon in de houder of in je tas. Twee seconden op je scherm is bij 30 km/u zestien meter blind rijden.

Voor ouders: de eerste week telt

Fiets of loop de nieuwe schoolroute in de laatste vakantieweek een keer samen, bij voorkeur op het tijdstip waarop je kind straks vertrekt. Dan zie je welk kruispunt lastig is en waar het druk wordt. Rijd je je kind toch weg, zet het dan een straat verderop af in plaats van voor het hek. Rijdt je zoon of dochter zelf al mee onder begeleiding via 2toDrive, oefen dan juist in deze weken een keer bewust in de ochtendspits. Dat is precies het verkeer waar je later ook je examen in rijdt, zoals ook blijkt uit onze route door lastige kruispunten in de regio.

Wil je na de vakantie beginnen met rijles, of eerst rustig kijken of het klikt met een instructeur? Je kunt bij ons een gratis proefles aanvragen. We rijden dan een stuk door echt verkeer en bespreken daarna met jou, en als je wilt met je ouders erbij, hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

De achterbak zit tot aan de hoedenplank vol, twee vrienden schuiven achterin tussen de tassen en op het dak ligt een geleende dakkoffer. Zo vertrekken er in augustus duizenden auto’s richting een camping in Frankrijk of een festivalterrein verderop in het land. Alleen: zo’n volgeladen auto rijdt anders dan de lesauto waarin je examen deed. Hij remt trager en reageert luier op je stuur.

Kijk eerst op je kentekencard

Twee getallen op je kentekencard bepalen hoeveel er mee mag: de massa rijklaar en de toegestane maximum massa. Het verschil daartussen is de ruimte die je hebt voor passagiers en bagage. De RDW rekent bij die massa rijklaar al met een bestuurder van 75 kilo en een tank die voor 90 procent vol zit. Zit je met z’n vieren in de auto, dan gaat er dus al snel ruim tweehonderd kilo aan mensen af voordat de eerste koffer erin ligt. Ga je boven de toegestane maximum massa zitten, dan rijd je overbeladen en riskeer je een boete.

Zwaar spul onderin, niets los in de auto

De ANWB adviseert om de zwaarste spullen helemaal onderin de kofferbak te leggen, zo dicht mogelijk tegen de rugleuning van de achterbank aan. Denk aan de tent, een volle koelbox of kratten met eten. Ligt dat gewicht hoog of ver achterin, dan wordt de auto onrustiger in bochten.

Wat je zeker niet doet: spullen los op de achterbank of hoedenplank leggen. Bij een noodstop verandert een fles drinken of een camera volgens de ANWB in een projectiel dat door de auto vliegt. Stapel je tot boven de rugleuning, span er dan een stevig bagagenet overheen. En houd je achterruit vrij, want anders rijd je de hele vakantie op je spiegels.

Op het dak mag minder dan je denkt

De maximale dakbelasting van een gewone personenauto ligt volgens de ANWB meestal tussen de 50 en 75 kilo, en het gewicht van de dakkoffer of de dakdragers zelf telt daarin mee. Er blijft dan weinig over. Gebruik het dak daarom voor lichte, omvangrijke spullen: slaapzakken, matjes, jassen, strandspullen. De precieze waarde voor jouw auto staat in het instructieboekje. Rijd met een volle dakkoffer ook rustiger door bochten en let op zijwind op de dijk of bij een viaduct.

Laatste check als alles ingeladen is

Een zwaar beladen auto heeft meer bandenspanning nodig. De tabel daarvoor staat op het tankklepje, in de deurstijl aan de bestuurderskant of in het instructieboekje, met een aparte kolom voor volle belading. Meet bij koude banden, dus voordat je een uur op de snelweg hebt gezeten. Kijk meteen naar het profiel: wettelijk moet je 1,6 millimeter overhouden, maar de ANWB adviseert minimaal 3 millimeter om bij een zomerse hoosbui grip te houden. In onze eerdere vakantiecheck van je auto vind je de rest van de controlepunten.

Dan de koplampen. Met een zware kofferbak wijst de neus van je auto omhoog en verblind je in het donker tegenliggers. Veel auto’s hebben daarvoor een draaiknop naast het stuur. Reken verder op een langere remweg, dus houd meer afstand dan je gewend bent. Rijd je door naar het buitenland, kijk dan ook even naar de regels die daar anders zijn, en plan onderweg genoeg pauzes zodat je niet moe achter het stuur belandt.

Vind je het spannend om zo vol beladen de snelweg op te gaan? Of wil je als ouder dat je zoon of dochter dit een keer met een instructeur oefent voordat de auto echt volgepakt wegrijdt? Bij Road Company kun je daarvoor terecht. Je kunt vrijblijvend een gratis proefles aanvragen, dan kijken we samen waar je nog aan wilt werken.

Je haalde je rijbewijs in het voorjaar, reed daarna een keer of twee naar het sportveld en sindsdien staat de auto vooral stil voor de deur. In september begint je stage in een andere plaats en opeens moet je elke ochtend de provinciale weg op. De handelingen ken je nog wel. Dat vanzelfsprekende gevoel van vlak na je examen is alleen verdwenen.

Waarom de routine zo snel wegzakt

Sturen en schakelen verleer je niet in een paar maanden. Wat wegzakt, is het inschatten. Hoe hard rijdt die auto die van rechts komt? Wanneer geef je gas als je invoegt? Volgens SWOV is het ongevalsrisico van jonge automobilisten het hoogst vlak na het behalen van het rijbewijs en daalt het pas als er kilometers bij komen. Zelfoverschatting en het onderschatten van risico’s zijn daarbij volgens SWOV de belangrijkste oorzaken. Sta je een half jaar stil, dan komen die kilometers er dus niet bij. Ook iets simpels als genoeg afstand houden gaat dan minder automatisch dan tijdens je eerste ritten alleen.

De beginnersperiode tikt gewoon door

Iets wat veel ouders over het hoofd zien: de klok van de beginnersregeling loopt door terwijl de auto stilstaat. De ANWB legt uit dat die periode vijf jaar duurt als je je rijbewijs vanaf je achttiende haalt, en zeven jaar als je op je zestiende of zeventiende via 2toDrive bent begonnen. In die jaren geldt voor jou een alcoholgrens van 0,2 promille in plaats van 0,5. Bij twee strafpunten voor zware overtredingen moet je je rijbewijs inleveren en volgt een rijvaardigheidsonderzoek bij het CBR. Haal je dat onderzoek niet, dan wordt je rijbewijs ongeldig en moet je opnieuw examen doen. Je zit dus nog volop in die periode op het moment dat je weer moet gaan rijden.

Wat je in een paar lessen weer oppakt

Een opfrisles ziet er anders uit dan gewone rijles. De instructeur kijkt eerst waar het schuurt en pakt daarna gericht de situaties aan die je bent gaan vermijden. Vier dingen komen bij ons het vaakst terug:

  1. De snelweg op en af. Invoegen vraagt snelheid en durf, en dat is precies wat je kwijtraakt als je alleen binnen de bebouwde kom hebt gereden.
  2. Parkeren in een krappe straat, met fietsers die langs je heen schieten terwijl je achteruit steekt.
  3. Rijden in het donker en in de regen. Nu valt dat mee, vanaf oktober rijd je een flink deel van je ritten in het donker.
  4. Wennen aan een andere auto dan de lesauto. Het rempunt ligt anders en je moet je spiegels opnieuw afstellen.

Voor ouders: wat het kost en wat je zelf kunt doen

Meestal zijn twee tot vier lessen genoeg om het vertrouwen terug te krijgen, zeker als er verder niets aan de hand is. Voelt je zoon of dochter vooral spanning en niet zozeer onwennigheid, dan werkt een langere opfriscursus beter; wat wij daarin doen staat op onze pagina over de opfriscursus. Zelf meerijden helpt ook, mits je het rustig houdt: een vaste route op zondagochtend levert meer op dan de spits op vrijdag. Voor jezelf is de opfriscursus van Veilig Verkeer Nederland de moeite waard, twee dagdelen van twee uur over de verkeersregels en je eigen rijgedrag, in veel gemeenten gratis of tegen een kleine bijdrage dankzij subsidie.

Wil je eerst weten hoe het rijden na een tijd stilstaan echt gaat? Vraag dan een gratis proefles aan. Tijdens die rit hoor je wat er nog goed gaat en hoeveel lessen realistisch zijn. Ouders die willen meedenken over de planning schuiven gerust aan.

Je bent 38, hebt nooit je rijbewijs gehaald en merkt dat het je steeds meer in de weg zit: een nieuwe baan buiten de stad, de kinderen die naar sport en muziekles moeten, of gewoon het gedoe met de bus. Herkenbaar? Je bent lang niet de enige. Het CBS meldde in juli 2026 dat het rijbewijsbezit in Nederland weer stijgt, terwijl juist jongeren sinds 2019 minder vaak een rijbewijs hebben. Steeds meer mensen halen hun rijbewijs dus niet meer vanzelfsprekend op hun zeventiende.

Er is geen maximumleeftijd

Voor het autorijbewijs bestaat geen bovengrens. Je mag er op je dertigste, vijftigste of zeventigste aan beginnen. De Rijksoverheid stelt alleen een ondergrens: theorie-examen vanaf 16 jaar, praktijkexamen vanaf 17. De route is voor iedereen gelijk. Eerst haal je je theorie bij het CBR, daarna volgen de rijlessen en het praktijkexamen. Handig om te weten: je theoriecertificaat blijft anderhalf jaar geldig, dus plan je lessen daar een beetje omheen zodat je niet opnieuw hoeft.

Hoeveel lessen kost het je?

Reken op een traject van ongeveer vier tot zes maanden. Uit onderzoek van het CBR onder examenkandidaten in 2025 blijkt dat een leerling gemiddeld zo’n 41 lesuren nodig heeft voordat hij examen doet. Dat is een gemiddelde: de een zit op 25, de ander op 60, en dat zegt weinig over hoe goed je uiteindelijk rijdt. Van het eerste praktijkexamen B slaagde in 2025 bijna de helft van de kandidaten in een keer, 49,6 procent volgens het CBR. Zak je een keer? Vervelend, maar heel normaal. In ons artikel over hoe je traject van proefles tot examen verloopt lees je precies welke stappen erbij horen.

Wat is anders als je ouder bent?

Als volwassene heb je vaak een streepje voor op je risico-inschatting. Je kent het verkeer al van de fiets of de scooter en je maakt bewustere keuzes achter het stuur. Tegelijk kunnen wat hardnekkige gewoontes en meer spanning meespelen. Veel volwassen leerlingen zijn bang om te falen of voelen zich ongemakkelijk dat ze pas laat beginnen. Dat is nergens voor nodig, en als de zenuwen echt in de weg zitten bestaat er zelfs een aangepast faalangstexamen bij het CBR. Twijfel je tussen schakelen en automaat? Voor wie later begint is een automaat vaak een rustige, prettige keuze, al bespreken we samen wat bij jou past. Meer weten over een opleiding op maat? Kijk op onze pagina over je rijbewijs halen op latere leeftijd.

Gewoon een keer proberen

Wil je zonder verplichtingen ervaren hoe het voelt om te rijden? Je kunt een gratis proefles aanvragen en in een les ontdekken hoe ver je al komt. Ook fijn voor ouders die naast hun kind zelf nog willen afrijden: bij Road Company ben je op elke leeftijd welkom.